Strafrecht overig

Beklag tegen onttrekking aan het verkeer van 3 speelautomaten. Verzuim p-v op te maken van onderzoek in…

Zaakgegevens

Op 14 april 1969 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
14 april 1969
Datum publicatie
5 maart 2020
Zaaknummer
749
ECLI
ECLI:NL:PHR:1969:1
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Beklag tegen onttrekking aan het verkeer van 3 speelautomaten. Verzuim p-v op te maken van onderzoek in raadkamer, art. 25 Sv. HR ambtshalve: Ex art. 25.1 Sv moet van onderzoek in raadkamer door griffier p-v worden opgemaakt, behelzende zakelijke inhoud van afgelegde verklaringen en van hetgeen verder bij dat onderzoek is voorgevallen. Dit artikel bevat nadere voorschriften t.a.v. wijze waarop dit p-v behoort te worden ingericht, vastgesteld en ondertekend, terwijl laatste lid bepaalt dat p-v met beschikking en verdere tijdens onderzoek in raadkamer in geding gebrachte stukken bij processtukken worden gevoegd. Uit dit p-v moet mede blijken dat OM overeenkomstig art. 23.2 Sv is gehoord. Nu zodanig p-v niet bij processtukken is aangetroffen, moet worden aangenomen dat opmaken daarvan is verzuimd, welk verzuim betrekking heeft op zo wezenlijke grondslag van strafproces in raadkamer, dat het nietigheid van onderzoek moet medebrengen, ook al is deze niet met zoveel woorden in wet bedreigd. Volgt vernietiging en verwijzing. CAG: anders.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 14 april 1969deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:1969:1

  2. Conclusie A-G · 5 mei 1969

    ECLI:NL:PHR:1969:AB4363
  3. Hoge Raad · 10 juni 1969

    ECLI:NL:HR:1969:AB4363

Conclusie

S.

No. 749/221s

Parket, 14 april 1969.

Mr. Kist

Conclusie inzake:

[rekwirant]

Edelhoogachtbare Heren,

Rekwirant is op 24 maart 1969 in cassatie gekomen van een hem op 18 maart 1969 betekende beschikking van de Kantonrechter te Amsterdam d.d. 4 maart 1969, bij welke beschikking ongegrond was verklaard het beklag van rekwirant tegen een door gemelde Kantonrechter bij vonnis van 5 november 1968 uitgesproken onttrekking aan het verkeer van drie speel-automaten.

Waar door of namens rekwirant geen middelen van cassatie worden aangevoerd en door mij ook ambtshalve geen gronden tot cassatie aanwezig zijn bevonden concludeer ik tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,