Strafrecht overig
Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad, 6 oktober 1998
ECLI:NL:PHR:1998:ZD3887 · Parket bij de Hoge Raad · 6 oktober 1998
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-1998-zd3887
Zaakgegevens
Op 6 oktober 1998 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 6 oktober 1998
- Datum publicatie
- 8 april 2013
- Zaaknummer
- 108.505
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:1998:ZD3887
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 oktober 1998deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:1998:ZD3887
Hoge Raad · 24 november 1998
ECLI:NL:HR:1998:ZD3887
Conclusie
Nr. 108.505
Zitting 6 oktober 1998
Mr Fokkens
Conclusie inzake:
[verzoeker]
Edelhoogachtbaar College,
1. Aan verzoeker is door het gerechtshof te Leeuwarden een geldboete van f 1500, subsidiair 15 dagen hechtenis, waarvan f 500, subsidiair vijf dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, opgelegd, met ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van zes maanden.
2. Namens verzoeker heeft mr S.C.M. Asselbergs, advocaat te Bergen op Zoom, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel bevat de klacht dat het hof een namens verzoeker in eerste aanleg gevoerd verweer ten onrechte heeft gepasseerd, althans heeft verworpen op gronden die de verwerping niet kunnen dragen.
4. In eerste aanleg is namens verzoeker aangevoerd dat de mededeling van de uitslag van de bloedproef niet in het proces-verbaal aanwezig is. De politierechter heeft niet uitdrukkelijk gerespondeerd op bedoeld verweer. In hoger beroep is verzoeker verschenen, bijgestaan door zijn raadsman. Door noch namens verzoeker is bedoeld verweer in hoger beroep gehandhaafd. Het hof was derhalve niet gehouden in te gaan op het verweer. De rechter in hoger beroep is immers niet gehouden in te gaan op een verweer dat in eerste aanleg is gevoerd, indien dat verweer in hoger beroep niet wordt gehandhaafd (HR NJ 1949, 454; NJ 1974, 208; NJ 1991, 202; Von Brucken Fock/- Van Dorst, Cassatie in strafzaken, 3e druk, p. 227). Reeds op deze grond faalt het middel.
Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,