Strafrecht overig
Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
ECLI:NL:PHR:1998:ZD3897 · Parket bij de Hoge Raad · 6 oktober 1998
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-1998-zd3897
Zaakgegevens
Op 6 oktober 1998 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 6 oktober 1998
- Datum publicatie
- 8 april 2013
- Zaaknummer
- 108.615
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:1998:ZD3897
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 oktober 1998deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:1998:ZD3897
Hoge Raad · 24 november 1998
ECLI:NL:HR:1998:ZD3897
Conclusie
Nr. 108.615
Zitting 6 oktober 1998
Mr Fokkens
Conclusie inzake:
[verdachte]
Edelhoogachtbaar College,
1. Verdachte is door het gerechtshof te Amsterdam veroordeeld wegens mishandeling van zijn vader, zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebbend.
2. Namens verdachte heeft mr G. Spong, advocaat te 's- Gravenhage, één middel van cassatie voorgesteld, dat stelt dat uit de bewijsmiddelen niet kan volgen dat verdachte met kracht tegen het lichaam van zijn vader heeft gestompt of geslagen.
3. Het middel faalt. Weliswaar blijkt uit de bewijsmiddelen niet met zoveel woorden dat verdachte met kracht heeft gestompt of geslagen, maar wel blijkt dat de vader zich heeft verweerd met een stuk hout -kennelijk kon hij niet volstaan met zijn handen- en bovendien blijkt dat het middenhandsbeentje van de vader na de worsteling met verdachte was gebroken. Beide omstandigheden impliceren het gebruik van kracht. Mede gelet op de nadere bewijsoverweging heeft het hof de zinsnede "met kracht" dan ook uit de bewijsmiddelen kunnen afleiden.
4. Het middel faalt en ook ambtshalve is er geen reden voor vernietiging. Ik concludeer dat het beroep wordt verworpen .
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,