Strafrecht overig
Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
ECLI:NL:PHR:2005:AS1867 · Parket bij de Hoge Raad · 15 februari 2005
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2005-as1867
Zaakgegevens
Op 15 februari 2005 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 februari 2005
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 02641/04 H
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2005:AS1867
Samenvatting
Herziening
Procesgang
Hoge Raad · 15 februari 2005
ECLI:NL:HR:2005:AS1867Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 15 februari 2005deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2005:AS1867
Conclusie
Nr. 02641/04 H
Mr. Fokkens
Zitting: 4 januari 2005
Conclusie inzake:
[Aanvrager]
1. Aanvrager van herziening is door de Politierechter in de Rechtbank te Leeuwarden wegens "diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels" veroordeeld tot 60 uur werkstraf subsidiair 30 dagen hechtenis.
2. De herzieningsaanvraag is namens verzoeker ingediend door mr. W.J. Ausma, advocaat te Nieuwegein.
3. De aanvrage berust op de stelling dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 457 lid 1 aanhef en onder 2° Sv, te weten een persoonsverwisseling.
4. In de toelichting op de aanvrage is aangevoerd dat de broer van verzoeker bij diens aanhouding verzoekers naam heeft opgegeven. De aannemelijkheid van dit verhaal blijkt uit een zich bij de stukken bevindend aanvullend proces-verbaal bevattende de uitslag van een dactyloscopisch onderzoek. Dit proces-verbaal houdt in:
"Ik, [verbalisant 1], agent van politie, dienstdoende bij Team Zwette-Aldlan, verklaar naar aanleiding van het volgende:
Op 16 augustus 2002 ontving verbalisant een schrijven van het Korps Landelijke Politiediensten afdeling Dactyloscopie. Dit schrijven werd verstuurd na verzoek tot vaststelling van de identiteit van een verdachte welke opgaf te zijn:
[Aanvrager], geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats].
Uitslag van het dactyloscopisch onderzoek gaf als resultaat dat de verdachte een valse naam op gaf. Naar de verdachte werd een onderzoek ingesteld nadat hij was aangehouden in een auto welke bij navraag gestolen was in Leeuwarden. (zaaknr. 2002048590) Verdachte blijkt na onderzoek van identieke vingerafdrukken voor te komen als:
[Betrokkene 1], geboren op [geboortedatum] 1961 te [geboorteplaats]."
5. Uit een op dit proces-verbaal geplaatst stempel blijkt dat dit op 26 augustus 2002 -de dag waarop de bestreden uitspraak is gewezen- bij het 'Arrondissementsparket te Leeuwarden' is ingekomen. Deze omstandigheid levert het ernstig vermoeden op dat de politierechter als hij hiermee bekend was geweest, de aanvrager van het tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken.
6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, de opschorting van de tenuitvoerlegging van het gewijsde zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te Leeuwarden, opdat de zaak op de voet van art. 467 Sv opnieuw zal worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,