Strafrecht overig

Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

Zaakgegevens

Op 6 december 2005 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
6 december 2005
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
00680/05 H
ECLI
ECLI:NL:PHR:2005:AU5479
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Herziening

Procesgang

  1. Hoge Raad · 6 december 2005

    ECLI:NL:HR:2005:AU5479
  2. Conclusie A-G · 6 december 2005deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2005:AU5479

Conclusie

Griffienr. 00680/05 H

Mr. Wortel

Zitting:25 oktober 2005

Conclusie inzake:

[Aanvrager]

1. De bovengenoemde persoon - hierna te noemen: de aanvrager - heeft bij schriftuur herziening aangevraagd van een bij verstek gewezen vonnis van de politierechter in de Rechtbank te Maastricht, waarbij de aanvrager wegens "diefstal door twee of meer verenigde personen" is veroordeeld tot een geldboete van € 270, subsidiair vijf dagen hechtenis. Blijkens een mededeling van de griffier in die Rechtbank is dit vonnis onherroepelijk.

2. Deze conclusie kan kort blijven. Naar aanleiding van een aanschrijving dat hij bovengenoemde boete diende te voldoen heeft de aanvrager contact opgenomen met de officier van justitie te Maastricht, stellende dat hij het feit niet heeft begaan, maar dat mogelijk zijn broer zich van valse personalia heeft bediend.

De officier van justitie heeft de politie opdracht gegeven nader onderzoek te doen. Dat heeft uitgewezen dat verzoeker inderdaad niet degene is geweest die destijds is aangehouden. De verbalisanten zijn daar zeker van. Van een politiefoto herkenden zij een broer van de aanvrager als degene die destijds is aangehouden.

3. De officier van justitie heeft de aanvrager de resultaten van dit nader onderzoek toegezonden, en hem de juiste weg gewezen om de veroordeling ongedaan te maken. Eigener beweging heeft de officier van justitie reeds bevel gegeven de tenuitvoerlegging op te schorten.

4. Zo kennen we (tussen al het hedendaagse mediageweld over uiteenlopende misstanden) het Openbaar Ministerie weer als een essentieel en betrouwbaar onderdeel van de Nederlandse rechterlijke macht.

5. Alle relevante bescheiden zijn bij deze aanvrage gevoegd.

6. Deze conclusie strekt ertoe dat de aanvraag gegrond zal worden verklaard; voor zoveel nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het op 24 september 2004 gewezen vonnis zal worden bevolen, en de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch zal worden verwezen teneinde op de voet van art. 467 Sv opnieuw te worden behandeld en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,