Strafrecht overig
Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
ECLI:NL:PHR:2006:AX8858 · Parket bij de Hoge Raad · 6 juni 2006
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2006-ax8858
Zaakgegevens
Op 6 juni 2006 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 6 juni 2006
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 00474/06 H
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2006:AX8858
Samenvatting
Herziening.
Procesgang
Hoge Raad · 6 juni 2006
ECLI:NL:HR:2006:AX8858Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 juni 2006deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2006:AX8858
Conclusie
Nr. 00474/06 H
Mr Machielse
Zitting 4 april 2006
Conclusie inzake:
[aanvrager]
1. De Politierechter te Arnhem heeft aanvrager bij onherroepelijk vonnis op 16 maart 2005 bij verstek voor mishandeling veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden. Tevens heeft de Politierechter de vordering van de benadeelde partij toegewezen en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
2. Mr. R.F. Vogel, advocaat te Almere, heeft herziening aangevraagd op de grond dat er van een persoonsverwisseling sprake zou zijn geweest. De aangehouden verdachte is de tweelingbroer van aanvrager.
3. De bewijsmiddelen waaruit deze omstandigheid kan blijken zijn als bijlagen bij de aanvraag gevoegd. Uit deze bijlagen valt onder meer op te maken dat voor de vlucht van Amsterdam naar Gothenburg op woensdag 22 december (2004, welke datum inderdaad op een woensdag viel) een vliegtuigstoel op naam van [aanvrager] was gereserveerd (bijlage 3), dat van de bankrekening op naam van [aanvrager] in Gothenburg op 15 januari 2005 (de dag van de bewezenverklaarde mishandeling te Arnhem) via een geldautomaat in Gothenburg geld is opgenomen (bijlage 3), dat de op 15 januari 2005 te Arnhem aangehouden verdachte eerst de personalia van aanvrager opgaf, maar nadien, toen foto's en vingerafdrukken werden genomen, opgaf te zijn [betrokkene 1], de tweelingbroer van aanvrager, maar dat de aan hem meegegeven dagvaarding nog op de eerst opgegeven naam was gesteld (bijlage 5).
4. De inhoud van de hiervoor vermelde stukken geeft steun aan de stelling waarop de aanvrage berust, te weten dat in de zaak die leidde tot de uitspraak waarvan herziening is gevraagd, sprake is geweest van persoonsverwisseling. Een en ander levert het ernstig vermoeden op dat de Politierechter, ware deze met de evenvermelde feiten en omstandigheden bekend geweest, de aanvrager van het hem tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken.
5. Uit het vorenoverwogene volgt dat zich volgens mij een omstandigheid voordoet als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv, zodat de aanvrage mij gegrond voorkomt.
6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van de in de aanvrage vermelde uitspraak zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te Arnhem, opdat de zaak zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als in art. 467, eerste lid, Sv is voorzien.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden