Strafrecht overig

Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

Zaakgegevens

Op 15 september 2009 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
15 september 2009
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
09/00305 H
ECLI
ECLI:NL:PHR:2009:BJ7570
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Herziening.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 15 september 2009

    ECLI:NL:HR:2009:BJ7570
  2. Conclusie A-G · 15 september 2009deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2009:BJ7570

Conclusie

Nr. 09/00305 H

Mr. Machielse

Zitting 23 juni 2009

Conclusie inzake:

[Aanvrager]

1. Bij onherroepelijk geworden vonnis van de Kantonrechter te Haarlem van 26 juni 2007 is aanvrager van herziening veroordeeld wegens de overtreding van art. 30 WAM met een motorrijtuig met het kenteken [AA-00-BB], gepleegd op 16 augustus 2006.

2. Namens aanvrager is door mr J.L. Scheltens, advocaat te Haarlem, een aanvraag tot herziening ingediend.

3. De aanvraag berust op de stelling dat als de rechter er mee bekend was geweest dat de Rijksdienst voor het Wegverkeer heeft verzuimd het kenteken [AA-00-BB] per 30 maart 2005 ongeldig te verklaren, aanvrager niet zou zijn veroordeeld.

4. Bij vonnis van de Kantonrechter te Haarlem van 21 december 2006 was aanvrager veroordeeld wegens dezelfde overtreding met een motorrijtuig met het kenteken [AA-00-BB], gepleegd op 1 maart 2006. Van dit vonnis heeft aanvrager herziening gevraagd. Bij arrest van 12 mei 2009 is deze aanvraag gegrond verklaard.(1) Gelet op de nagenoeg gelijke feiten -enkel de pleegdatum verschilt - zie ik geen aanleiding om anders te concluderen en verwijs dan ook naar de conclusie van 3 maart 2009 en het arrest van 12 mei 2009.

5. Daarmee rijst ook in deze zaak een ernstig vermoeden dat, zou de kantonrechter met de omstandigheid bekend zijn geweest dat de RDW heeft verzuimd het kenteken [AA-00-BB] per 30 maart 2005 ongeldig te verklaren, het onderzoek der zaak zou hebben geleid tot vrijspraak van de veroordeelde.

6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de aanvraag gegrond zal verklaren, voor zoveel nodig de opschorting en schorsing van de tenuitvoerlegging van het gewijsde zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als in art. 467, eerste lid, Sv is voorzien.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

1 LJN BI1458: De Hoge Raad oordeelt dat aan de inhoud van een brief van de RDW van 11 maart 2008 het ernstige vermoeden valt te ontlenen dat de Kantonrechter, ware hij daarmee bekend geweest, de aanvrager van het hem tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken.