Strafrecht overig
Herziening. Persoonsverwisseling. Aanvraag op in de conclusie AG genoemde gronden gegrond.
ECLI:NL:PHR:2009:BJ8714 · Parket bij de Hoge Raad · 17 november 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2009-bj8714
Zaakgegevens
Op 17 november 2009 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 november 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09/00240 H
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2009:BJ8714
Samenvatting
Herziening. Persoonsverwisseling. Aanvraag op in de conclusie AG genoemde gronden gegrond.
Procesgang
Hoge Raad · 17 november 2009
ECLI:NL:HR:2009:BJ8714Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 17 november 2009deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2009:BJ8714
Conclusie
Nr. 09/00240 H
Mr. Machielse
Zitting 22 september 2009
Conclusie inzake:
[Aanvrager](1)
1. Bij onherroepelijk geworden vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Haarlem van 5 december 1997 is aanvrager van herziening veroordeeld wegens "opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, eerste lid, onder A van de Opiumwet gegeven verbod" tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden, met onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen goederen zoals in het vonnis genoemd.
2. Namens aanvrager is door mr. H.K. Jap-A-Joe, advocaat te Utrecht, een aanvraag tot herziening ingediend.
3. De aanvraag is voorzien van bijlagen en berust op de stelling dat er sprake is van een persoonsverwisseling, nu de aanvrager niet de persoon is geweest die het in het bovengenoemde vonnis bewezenverklaarde feit heeft begaan.
4. Ter staving van deze stelling is bij de aanvraag onder meer een brief van de officier van justitie te Haarlem gedateerd 3 november 2008 overgelegd (productie 15). Volgens deze brief is na dactyloscopisch onderzoek komen vast te staan dat de persoon die destijds voor de zaak is veroordeeld niet dezelfde persoon is als aanvrager en dat deze persoon klaarblijkelijk de identiteit van aanvrager heeft gebruikt. De officier van justitie geeft aan ervoor zorg te dragen dat de justitiële documentatie van aanvrager zal worden geschoond.
5. Het voorgaande doet het ernstige vermoeden ontstaan dat de Politierechter bij bekendheid met deze omstandigheden de aanvrager zou hebben vrijgesproken.
6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de aanvraag gegrond zal verklaren, voor zoveel nodig de opschorting en schorsing van de tenuitvoerlegging van het gewijsde zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als in art. 467, eerste lid, Sv is voorzien.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 Deze zaak hangt samen met nr. 09/00241 H ([Aanvrager]) waarin ik ook vandaag concludeer.