Strafrecht overig

Volgens art. 445 Sv staat tegen beschikkingen beroep in cassatie alleen open in de gevallen in dat wetboek…

Zaakgegevens

Op 26 januari 2010 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
26 januari 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
08/03173 B
ECLI
ECLI:NL:PHR:2010:BL0572
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Volgens art. 445 Sv staat tegen beschikkingen beroep in cassatie alleen open in de gevallen in dat wetboek bepaald. Nu in dat wetboek geen bepaling voorkomt volgens welke tegen een beschikking tot verlenen van verlof (n.a.v. een verzoek tot rechtshulp) a.b.i. art. 552p.2 Sv cassatie openstaat voor anderen dan het OM en de klager, kan X, nu hij geen klaagschrift a.b.i. art. 552a Sv heeft ingediend, en mitsdien niet als klager kan worden aangemerkt, in het ingestelde beroep niet worden ontvangen.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 26 januari 2010

    ECLI:NL:HR:2010:BL0572
  2. Conclusie A-G · 26 januari 2010deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2010:BL0572

Conclusie

Nr. S 08/03173 B

Mr Jörg

Zitting 1 december 2009

Aanvullende conclusie inzake:

[Verzoeker = klager]

1. In vervolg op mijn conclusie van 1 september 2009 concludeer ik aanvullend naar aanleiding van de tussenbeschikking van Uw Raad van 13 oktober 2009. Destijds heb ik de pen te vroeg neergelegd, in de overtuiging dat verdere bestudering van het dossier geen zin had.

2. In deze aanvullende conclusie concludeer ik wederom, zij het op andere grond, tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker: nu op grond van art. 552d, tweede lid, Sv.

3. Art. 552p, vierde lid, Sv verklaart het bepaalde in artt. 552a en 552d Sv van overeenkomstige toepassing op de beschikking van de rechtbank als bedoeld in het tweede lid van art. 552p Sv. Art. 552a Sv opent de mogelijkheid voor belanghebbenden om zich schriftelijk te beklagen onder meer over inbeslagneming. Voorts bepaalt het tweede lid van art. 552d Sv dat beroep in cassatie kan worden ingesteld door de klager, binnen veertien dagen na betekening van de beschikking.

4. Uit het proces-verbaal van de raadkamer van de rechtbank op 11 april 2008 blijkt dat de raadsman slechts namens medeverdachte [medeverdachte] een klaagschrift heeft ingediend. Niet blijkt dat ook door of namens verzoeker een klaagschrift is ingediend. Een dergelijk klaagschrift heb ik bij de aan de Hoge Raad op de voet van art. 434, eerste lid, Sv ingezonden stukken nergens aangetroffen. Gelet hierop moet het ervoor worden gehouden dat door of namens verzoeker geen klaagschrift is ingediend. Dit betekent dat verzoeker op grond van art. 552d, tweede lid, Sv niet kan worden ontvangen in zijn cassatieberoep (vlg. HR 19 december 2006, LJN AZ1670, NJ 2007, 26).

5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

A-G