Strafrecht overig
Stukken van het geding in het ongerede geraakt. In cassatie moet het ervoor worden gehouden dat het dossier…
ECLI:NL:PHR:2010:BL6675 · Parket bij de Hoge Raad · 20 april 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2010-bl6675
Zaakgegevens
Op 20 april 2010 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 april 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 07/11527
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2010:BL6675
Samenvatting
Stukken van het geding in het ongerede geraakt. In cassatie moet het ervoor worden gehouden dat het dossier niet meer beschikbaar zal komen. Aangezien de bestreden uitspraak in cassatie niet kan worden getoetst, kan zij niet in stand blijven. De HR doet de zaak om doelmatigheidsredenen zelf af en verklaart de inleidende dagvaarding nietig.
Procesgang
Hoge Raad · 20 april 2010
ECLI:NL:HR:2010:BL6675Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 20 april 2010deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2010:BL6675
Conclusie
Nr. 07/11527
Mr. Vegter
Zitting: 2 maart 2010
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te Amsterdam wegens "valsheid in geschrift, meermalen gepleegd" veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf met aftrek.
2. Namens de verdachte heeft mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, twee middelen van cassatie voorgesteld.
3. Het eerste middel klaagt dat de redelijke termijn in cassatie overschreden is.
4. Verdachte heeft op 13 november 2006 beroep in cassatie ingesteld.(1) De stukken van het geding, althans wat daarvan nog beschikbaar was, zijn op 30 maart 2009, derhalve twee jaar en ruim viereneenhalve maand later, bij de Hoge Raad ingekomen. De Hoge Raad zal naar verwachting niet binnen twee jaar na het cassatieberoep uitspraak hebben gedaan. Gelet echter op het tweede middel, kan de Hoge Raad volstaan met de vaststelling dat de redelijke termijn overschreden is.
5. Het tweede middel klaagt dat er geen proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep is vastgesteld en ondertekend en dat de door het Hof gegeven beslissingen niet zijn vastgelegd in een verkort arrest, doch in een uittreksel, dat bovendien niet ondertekend is.
6. Het middel treft doel. Aan de Hoge Raad is ingevolge het bepaalde in art. 434, eerste lid, Sv slechts toegezonden een ongetekend uittreksel van het arrest van het Hof, een afschrift aantekening mondeling vonnis van de uitspraak van de Politierechter te Alkmaar van 31 januari 2001, en een (door de verdachte niet getekend) afschrift van de akte cassatie.
7. In het dossier bevindt zich voorts een schrijven d.d. 22 oktober 2008 van mw. Mr. B.F. de Poorter, voorzitter strafsector gerechtshof Amsterdam. Deze brief houdt in dat het strafdossier inzake verdachte wegens een interne verhuizing in het ongerede is geraakt. Bij deze stand van zaken kan het bestreden arrest in cassatie niet worden getoetst. Het kan dus niet in stand blijven.
8. De Hoge Raad kan de zaak om doelmatigheidsredenen zelf afdoen en de inleidende dagvaarding nietig verklaren, aangezien na verwijzing of terugwijzing van de zaak de rechter naar wie verwezen of teruggewezen zou worden niet in staat zou zijn te beraadslagen en beslissen op de grondslag van de tenlastelegging.(2)
9. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, behoudens voor zover daarbij het vonnis van de Politierechter is vernietigd, en tot nietigverklaring van de inleidende dagvaarding.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Daar ga ik althans van uit. Onder de stukken bevinden zich slechts twee ongetekende afschriften van de cassatieakte, alsmede een "voor fotocopie conform" gestempelde akte waarop een originele handtekening van de griffier.
2 Vgl. HR 22 december 2009, LJN: BG4412; HR 6 november 2007, LJN: BB4965.