Strafrecht overig
Strafmotivering. HR: ’s Hofs overwegingen bevatten i.s.m. art. 359.6 Sv geen opgave van redenen die in het…
Parket bij de Hoge Raad, 14 september 2010
ECLI:NL:PHR:2010:BM8040 · Parket bij de Hoge Raad · 14 september 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2010-bm8040
Zaakgegevens
Op 14 september 2010 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 september 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09/00323
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2010:BM8040
Samenvatting
Strafmotivering. HR: ’s Hofs overwegingen bevatten i.s.m. art. 359.6 Sv geen opgave van redenen die in het bijzonder hebben geleid tot de keuze van het opleggen van een vrijheidsbenemende straf (hechtenis). Conclusie AG: anders.
Procesgang
Hoge Raad · 14 september 2010
ECLI:NL:HR:2010:BM8040Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 september 2010deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2010:BM8040
Conclusie
Nr. 09/00323
Mr. Vellinga
Zitting: 8 juni 2010
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is op 12 oktober 2007 door het Gerechtshof te Amsterdam bij verstek veroordeeld tot de straf als in het arrest vermeld.
2. Namens verdachte heeft mr. J.M. Lintz, advocaat te Rotterdam, twee middelen van cassatie voorgesteld.
Het eerste middel
3. Tot de aan de Hoge Raad op voet van art. 434 lid 1 Sv toegezonden gedingstukken behoort een faxbericht van de raadsvrouw van verdachte gericht aan de strafgriffie van het Gerechtshof te Amsterdam, gedateerd 16 augustus 2007, waarin zij zich onder vermelding van datum en tijd van de terechtzitting in hoger beroep, en onder vermelding van onder meer het parketnummer van de onderhavige zaak, als raadsvrouw van de verdachte stelt en daarnaast verzoekt om toezending van alle op de zaak betrekking hebbende stukken. Voorts is op het dubbel van de dagvaarding in hoger beroep aangetekend dat een afschrift aan de raadsvrouw is verstrekt op '12/10'.
4. Gelet op de uit genoemd faxbericht blijkende bekendheid van de raadsvrouw met het tijdstip van de behandeling van de zaak in hoger beroep, behoefde het Hof - anders dan het middel wil - in de afwezigheid van de raadsvrouw ter terechtzitting geen aanleiding te zien de behandeling van de zaak aan te houden teneinde de raadsvrouw in de gelegenheid te stellen alsnog de verdediging te voeren.(1) Dat een afschrift van de dagvaarding kennelijk eerst op de dag van de terechtzitting aan de raadsvrouw is verstrekt doet aan haar uit het schrijven van 16 augustus 2007 blijkende bekendheid met dag en uur van de terechtzitting niet af.
5. Het eerste middel faalt.
Het tweede middel
6. Het tweede middel faalt, gelet op HR 3 juli 2007, LJN BA3128.(2)
7. Beide middelen falen en kunnen worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering.
8. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Vgl. HR 8 september 1998, NJ 1998, 905 en HR 9 december 2003, LJN AM0201, NJ 2004, 133.
2 Zie ook HR 4 december 2007, LJN BB7122.