Strafrecht overig

Ontoereikend gemotiveerde verwerping van gevoerd verweer inhoudende dat bij verdachte het gerechtvaardigde…

Zaakgegevens

Op 5 oktober 2010 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
5 oktober 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
09/00519
ECLI
ECLI:NL:PHR:2010:BN2302
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Ontoereikend gemotiveerde verwerping van gevoerd verweer inhoudende dat bij verdachte het gerechtvaardigde vertrouwen is gewekt dat i.c. met een sanctiebeschikking zou worden volstaan i.p.v. hem te dagvaarden.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 5 oktober 2010

    ECLI:NL:HR:2010:BN2302
  2. Conclusie A-G · 5 oktober 2010deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2010:BN2302

Conclusie

Nr. 09/00519

Mr. Vellinga

Zitting: 29 juni 2010

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Verdachte is door de enkelvoudige kamer van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld bij arrest van 2 februari 2009.

2. Namens verdachte heeft mr. V.C. van der Velde, advocaat te Almere, twee middelen van cassatie voorgesteld.

Het eerste middel

3. Het middel berust op de onjuiste opvatting dat de rechter steeds moet doen blijken de rechtsgeldigheid van de betekening van de dagvaarding te hebben onderzocht.(1)

4. Nu uit de op voet van art. 434 lid 1 Sv aan de Hoge Raad toegezonden stukken rechtstreeks volgt dat de dagvaarding in hoger beroep op rechtsgeldige wijze is betekend - en zich derhalve niet de situatie voordoet dat uit de stukken van het geding het ernstige vermoeden rijst dat de dagvaarding niet rechtsgeldig is betekend - was het Hof niet gehouden zijn oordeel dat de dagvaarding geldig is betekend te motiveren.

Het tweede middel

5. Verdachtes eerdere ervaringen ter zake het rijden zonder rijbewijs kunnen het oordeel dragen dat de enkele mededeling van het sanctiebedrag door de verbaliserende ambtenaar niet het vertrouwen kan rechtvaardigen dat de zaak na ontvangst met een acceptgiro zou worden afgedaan.

6. De middelen falen en kunnen worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering.

7. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.

Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 HR 12 maart 2002, LJN AD5163, NJ 2002, 317, m. nt. Sch, rov. 3.30.