Strafrecht overig
Beklag beslag. De Rb heeft de beschikking niet ex art. 24.1 Sv in het openbaar uitgesproken. HR doet wat de…
Parket bij de Hoge Raad, 16 november 2010
ECLI:NL:PHR:2010:BN8214 · Parket bij de Hoge Raad · 16 november 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2010-bn8214
Zaakgegevens
Op 16 november 2010 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 november 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09/00017 B
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2010:BN8214
Samenvatting
Beklag beslag. De Rb heeft de beschikking niet ex art. 24.1 Sv in het openbaar uitgesproken. HR doet wat de Rb had behoren te doen.
Procesgang
Hoge Raad · 16 november 2010
ECLI:NL:HR:2010:BN8214Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 16 november 2010deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2010:BN8214
Conclusie
Nr. 09/00017 B
Mr. Vellinga
Zitting: 21 september 2010
Conclusie inzake:
[Klager]
1. De Rechtbank te Amsterdam heeft bij beschikking van 23 december 2008 klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag, strekkende tot teruggave aan klager van één hond en negen katten.
2. Tegen deze beschikking is door klager op 5 januari 2009 beroep in cassatie ingesteld.
3. Namens verdachte heeft mr. B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.
4. Het middel behelst de klacht dat de bestreden beschikking niet in het openbaar is uitgesproken.
5. Art. 552a, zesde lid, Sv bepaalt dat de behandeling van het klaagschrift door de raadkamer plaatsvindt in het openbaar. Ingevolge art. 24, eerste lid, Sv moet dan de beschikking in het openbaar worden uitgesproken. Deze voorschriften zijn van zodanig wezenlijke betekenis dat - wat betreft de behandeling behoudens toepassing van art. 22, tweede en derde lid, Sv - de niet-naleving daarvan tot nietigheid van de behandeling en de beschikking leidt (HR 19 december 2006, LJN AZ1667).
6. Het proces-verbaal van de behandeling van de raadkamer van 16 december 2008 houdt in dat de behandeling in het openbaar heeft plaatsgevonden en dat de beslissing zal worden uitgesproken in openbare raadkamer van 23 december 2008. De bestreden beschikking houdt niet in dat deze in het openbaar is uitgesproken maar wel dat de beslissing is gegeven op 23 december 2008. Een en ander brengt mee dat het ervoor moet worden gehouden dat de bestreden beschikking in het openbaar is uitgesproken.
7. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering.
8. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG