Strafrecht overig

Beklag beslag. De Rb heeft de beschikking niet ex art. 24.1 Sv in het openbaar uitgesproken. HR doet wat de…

Zaakgegevens

Op 16 november 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 november 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
09/00017 B
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2010:BN8214
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Beklag beslag. De Rb heeft de beschikking niet ex art. 24.1 Sv in het openbaar uitgesproken. HR doet wat de Rb had behoren te doen.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 16 november 2010deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2010:BN8214

  2. Conclusie A-G · 16 november 2010

    ECLI:NL:PHR:2010:BN8214

Uitspraak

16 november 2010

Strafkamer

Nr. 09/00017 B

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Amsterdam van 23 december 2008, nummer RK 08/6262, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:

[Klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het middel

2.1. Het middel klaagt dat de beschikking niet in het openbaar is uitgesproken.

2.2. Uit de op de voet van art. 447, tweede lid, Sv aan de Hoge Raad gezonden stukken blijkt niet dat de beschikking overeenkomstig art. 24, eerste lid, Sv in het openbaar is uitgesproken, zodat het ervoor moet worden gehouden dat dit niet is geschied.

2.3. De Hoge Raad zal doen wat de Rechtbank had behoren te doen en zelf de beschikking ter openbare terechtzitting uitspreken.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren W.M.E. Thomassen en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 november 2010.