Strafrecht overig
Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
ECLI:NL:PHR:2011:BQ3812 · Parket bij de Hoge Raad · 24 mei 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2011-bq3812
Zaakgegevens
Op 24 mei 2011 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 mei 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10/03292 H
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2011:BQ3812
Samenvatting
Herziening
Procesgang
Hoge Raad · 24 mei 2011
ECLI:NL:HR:2011:BQ3812Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 24 mei 2011deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2011:BQ3812
Conclusie
Nr. 10/03292 H
Mr. Machielse
Zitting 12 april 2011
Conclusie inzake:
[Aanvrager]
1. De Kantonrechter te Delft heeft aanvrager op 23 september 2009 ter zake van "als degene aan wie het kenteken is opgegeven voor een motorrijtuig waarvoor een kentekenbewijs is afgegeven niet een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen sluiten en in stand houden", gepleegd op 21 mei 2008 met het motorvoertuig voorzien van het kenteken [AA-00-BB], veroordeeld tot twee weken hechtenis met ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden.
2. De aanvraag is gebaseerd op het feit dat de auto met het kenteken [AA-00-BB] op 21 mei 2008 wel overeenkomstig de wettelijke eisen verzekerd was.
3. Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2 van art. 457 Sv slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.
4. Aanvrager heeft op mijn verzoek ter ondersteuning van de aanvraag een zogenaamde artikel 34 WAM-verklaring verschaft die de volgende inhoud heeft:
- "Ter voldoening aan het gestelde in artikel 34, lid 2, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) verklaart
( ) ASR Verzekeringen
( ) hierbij dat op ( ... ) 21 mei 2008
voor het motorrijtuig voorzien van het kenteken: [AA-00-BB]
van: [aanvrager]
een verzekering van kracht was welke aan de op die datum door of krachtens de WAM gestelde eisen voldeed, ( ... )
polisnummer [001]
7 maart 2011"
5. In het licht van het voorgaande ontstaat het ernstig vermoeden dat de Kantonrechter, indien hij met dit feit bekend zou zijn geweest, aanvrager van het hem tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken.
6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het gewijsde zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage opdat deze op de voet van art. 467 Sv opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden