Strafrecht overig
Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
ECLI:NL:PHR:2011:BT8966 · Parket bij de Hoge Raad · 20 december 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2011-bt8966
Zaakgegevens
Op 20 december 2011 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 december 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11/03603 H
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2011:BT8966
Samenvatting
Herziening (gegrond)
Procesgang
Hoge Raad · 20 december 2011
ECLI:NL:HR:2011:BT8966Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 20 december 2011deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2011:BT8966
Conclusie
Nr. 11/03603 H
Mr. Knigge
Zitting: 11 oktober 2011
Conclusie inzake:
[Aanvrager]
1. De Kantonrechter te Sittard heeft aanvrager bij vonnis van 7 juni 2011 wegens "overtreding van het bepaalde in artikel 30 lid 2 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen" bij verstek veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van vierhonderdzestig euro, subsidiair negen dagen hechtenis. Tegen het vonnis van de kantonrechter is geen rechtsmiddel ingesteld.(1)
2. Namens aanvrager heeft mr. J.W. Heemskerk, advocaat te Roermond, een aanvraag tot herziening van dat vonnis ingediend.
3. Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens art. 457 lid 1 onder 2 Sv slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.
4. De aanvrager is veroordeeld omdat zijn personenauto met het kenteken [AA-00-BB] op pleegdatum 16 juni 2010 niet overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen verzekerd was. De aanvraag tot herziening berust op de stelling dat de desbetreffende auto op de pleegdatum wél verzekerd was. Ter onderbouwing van deze stelling is bij de aanvraag een verklaring ex. art. 34 WAM gevoegd, afgegeven op 14 april 2011 door SAA(2) Assuradeuren BV, inhoudende dat voor het motorrijtuig voorzien van het kenteken [AA-00-BB] een verzekering van kracht was welke aan de op die datum door of krachtens de WAM gestelde eisen voldeed. De verklaring vermeldt voorts de naam van de verzekeraar en het polisnummer.
5. Hoewel dit stuk is afgegeven voordat de Kantonrechter uitspraak deed,(3) is niet gebleken dat de Kantonrechter tijdens het onderzoek ter terechtzitting met dit stuk bekend was. Ik wijs er in dit verband op dat aanvrager niet ter terechtzitting is verschenen. Aan de inhoud van de art. 34 WAM-verklaring valt het ernstige vermoeden te ontlenen dat de Kantonrechter, als hij daarmee wél bekend was geweest, de aanvrager van het hem tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken.
6. Deze conclusie strekt er dan ook toe dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het gewijsde zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar een Gerechtshof dat daarvan nog geen kennis heeft genomen, opdat de zaak zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als in art. 467 lid 1 Sv is voorzien.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG
1 Dat blijkt uit de op 15 augustus 2011 aan de Hoge Raad toegezonden verklaring van [betrokkene], administratief juridisch medewerker van de Rechtbank Maastricht (sector kanton locatie Sittard-Geleen), inhoudende dat in de hierboven bedoelde strafzaak van de aanvrager geen hoger beroep is ingesteld tegen de uitspraak van de kantonrechter van 7 juni 2011.
2 Dit staat voor "Samenwerkende Assurantie Adviseurs".
3 De art. 34 WAM-verklaring is op 14 april 2011 afgegeven, terwijl de uitspraak van de Kantonrechter van 7 juni 2011 dateert.