Strafrecht overig

Art. 94a Sv. Beklag, beslag. Het moet er in cassatie voor worden gehouden dat geen beslag (meer) rust op de…

Parket bij de Hoge Raad, 4 december 2012

Zaakgegevens

Op 4 december 2012 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
4 december 2012
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
11/05508 B
ECLI
ECLI:NL:PHR:2012:BY2841
E-mail

Samenvatting

Art. 94a Sv. Beklag, beslag. Het moet er in cassatie voor worden gehouden dat geen beslag (meer) rust op de bankrekening van klaagster. Dit betekent dat klaagster geen belang meer heeft bij het beroep. De HR verklaart klaagster n-o in het beroep.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 4 december 2012

    ECLI:NL:HR:2012:BY2841
  2. Conclusie A-G · 4 december 2012deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2012:BY2841

Conclusie

Nr. 11/05508 B

Mr. Vellinga

Zitting: 9 oktober 2012

Conclusie inzake:

[Klaagster]

1. Bij beschikking van 20 september 2011 heeft de Rechtbank te 's-Gravenhage het klaagschrift strekkende tot opheffing van het beslag op klaagster bankrekening met het nummer [0001], ongegrond verklaard.

2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 11/05504, 11/05506 en 11/05508. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.

3. Namens klaagster heeft mr. R.A.J. Verploegh, advocaat te 's-Gravenhage, drie middelen van cassatie voorgesteld.

4. Ambtshalve vestig ik de aandacht op het volgende.

5. Onder de op de voet van art. 434 Sv aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt zich een lijst conservatoir beslag waarop onder meer staat "[klaagster] ING rekeningnummer [0001] vervallen". Na telefonisch verzoek om informatie hierover, heeft het OM op 18 juli 2012 per e-mail laten weten dat er geen beslag rust op deze bankrekening. Volgens deze informatie zou de bank het beslag als niet gelegd hebben beschouwd, wegens het ontbreken van enig saldo.

6. Het voorgaande betekent dat er in cassatie van kan worden uitgegaan dat er geen beslag (meer) rust op voornoemde bankrekening en klaagster dus geen belang heeft bij het onderhavige beroep.

7. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad klaagster niet-ontvankelijk zal verklaren in haar beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG