Strafrecht overig
Geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend. Verdachte n-o in cassatieberoep.
ECLI:NL:PHR:2013:47 · Parket bij de Hoge Raad · 14 mei 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2013-47
Zaakgegevens
Op 14 mei 2013 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 mei 2013
- Datum publicatie
- 8 juli 2013
- Zaaknummer
- 12/02365
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2013:47
Samenvatting
Geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend. Verdachte n-o in cassatieberoep.
Procesgang
Gerechtshof Leeuwarden · 20 maart 2012
ECLI:NL:GHLEE:2012:BV9343Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 mei 2013deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2013:47
Hoge Raad · 2 juli 2013
ECLI:NL:HR:2013:68Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Conclusie
Nr. 12/02365
Mr. Aben
Zitting 14 mei 2013
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het gerechtshof te Leeuwarden heeft bij arrest van 20 maart 2012 de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 13 jaren en 6 maanden. Het arrest bevat voorts een aantal bijkomende beslissingen, een en ander als in het arrest vermeld.
2. De verdachte heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. De aanzegging als bedoeld in artikel 435, eerste lid, Sv is geldig betekend, maar de raadsman van de verdachte, mr. G. Spong, heeft bij brief van 13 september 2012 laten weten dat namens de verdachte geen middelen van cassatie zullen worden voorgesteld.
3. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
4. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden