Strafrecht overig
Verdachte wordt n-o verklaard in zijn cassatieberoep, nu niet binnen de in art. 437.2 Sv genoemde termijn…
ECLI:NL:PHR:2014:60 · Parket bij de Hoge Raad · 21 januari 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2014-60
Zaakgegevens
Op 21 januari 2014 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 januari 2014
- Datum publicatie
- 18 februari 2014
- Zaaknummer
- 13/00209
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2014:60
Samenvatting
Verdachte wordt n-o verklaard in zijn cassatieberoep, nu niet binnen de in art. 437.2 Sv genoemde termijn door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend.
Procesgang
Rechtbank Haarlem · 10 april 2009
ECLI:NL:RBHAA:2009:BI0841Gerechtshof Amsterdam · 7 november 2012
ECLI:NL:GHAMS:2012:BY2739(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 januari 2014deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2014:60
Hoge Raad · 18 februari 2014
ECLI:NL:HR:2014:359Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 13/00209 Zitting: 21 januari 2014 |
Mr. Hofstee Conclusie inzake: [verdachte] |
1. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft bij arrest van 7 november 2012:
(i) de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep terzake van het in zaak B (parketnummer 15-669736-07) tenlastegelegde;
(ii) verzoekster
- niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep terzake van het in zaak A (parketnummer 15-740424-07) primair en subsidiair en het in zaak B (parketnummer 15-669736-07) onder 3 tenlastegelegde;
- vrijgesproken van het in zaak A (parketnummer 15-740424-07) primair en subsidiair en het in zaak B (parketnummer 15-669736-07) onder 1, 2 en 6 tenlastegelegde; en
- haar wegens – kort gezegd – het voorhanden hebben van een vervalst rijbewijs (feit 4 zaak B parketnummer 15-669736-07) en het medeplegen van het voorhanden hebben van munitiehouders, munitie en vuurwapens (feiten 5 en 7 zaak B parketnummer 15-669736-07) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden.
Voorts heeft het Hof ten aanzien van inbeslaggenomen voorwerpen de teruggave aan verzoekster en andere personen bevolen dan wel onttrokken aan het verkeer dan wel de bewaring gelast ten behoeve van de rechthebbende, één en ander zoals in het arrest vermeld. De benadeelde partij is niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.
2. Deze zaak hangt samen met de strafzaken tegen [medeverdachte 3] (griffienummer 12/05229) en [medeverdachte 1] (griffienummer 12/05602) (griffienummer 13/00209) waarin ik heden eveneens concludeer.
3. Verzoekster heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens haar geen middelen van cassatie voorgesteld.
4. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend dient verzoekster niet-ontvankelijk in haar cassatieberoep te worden verklaard.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoekster in haar cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG