Strafrecht overig
N-o verklaring in h.b. Verplicht toezenden/uitreiken grievenformulier? V.zv. het middel berust op de…
ECLI:NL:PHR:2015:101 · Parket bij de Hoge Raad · 6 januari 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2015-101
Zaakgegevens
Op 6 januari 2015 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 6 januari 2015
- Datum publicatie
- 20 februari 2015
- Zaaknummer
- 13/03263
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2015:101
Samenvatting
N-o verklaring in h.b. Verplicht toezenden/uitreiken grievenformulier? V.zv. het middel berust op de opvatting dat aan een verdachte die ex art. 450.1. sub b Sv d.m.v. van het geven van een schriftelijke bijzondere volmacht aan een griffiemedewerker h.b. heeft ingesteld, een zogenoemd grievenformulier moet worden uitgereikt of toegezonden dan wel dat in dat hij in zodanig geval anderszins van de zijde van justitie geïnformeerd dient te worden dat hij een schriftuur houdende grieven kan indienen, en dat het achterwege blijven daarvan in het geval dat tegen de ttz. in h.b. niet verschenen verdachte verstek wordt verleend, eraan in de weg staat dat het hof toepassing geeft aan art. 416.2 Sv, faalt het omdat die opvatting geen steun vindt in het recht. Dat staat overigens niet eraan in de weg dat de rechter bij de beoordeling van de vraag of aan art. 416.2 Sv toepassing moet worden gegeven, rekening houdt met de omstandigheid of aan verdachte zo een formulier is uitgereikt of toegezonden.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 januari 2015deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2015:101
Hoge Raad · 3 maart 2015
ECLI:NL:HR:2015:502Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 13/03263 Zitting: 6 januari 2015 |
Mr. Vellinga Conclusie inzake: [verdachte] |
1. Verdachte is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op de voet van het bepaalde in art. 416 lid 2 Sv niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen een vonnis van de Rechtbank Utrecht d.d. 31 oktober waarbij hij wegens verduistering is veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis. Voorts heeft de Rechtbank de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 36.250,-- .Voor dat bedrag is tevens een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
2. Namens verdachte heeft mr. R.A.J. Verploegh, advocaat te 's-Gravenhage, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel richt zich tegen de niet-ontvankelijkverklaring in het hoger beroep.
4. Het Hof heeft de niet-ontvankelijkverklaring in het hoger beroep als volgt gemotiveerd:
“De verdachte heeft niet binnen veertien dagen na het instellen van het hoger beroep een schriftuur, houdende grieven, ingediend. Ook heeft hij niet ter terechtzitting in hoger beroep mondeling de bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Het hof ziet ambtshalve geen redenen voor een inhoudelijke behandeling van de zaak. Daarom zal verdachte niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.”
5. Volgens de toelichting op het middel had het Hof gezien de gevolgen die art. 416 lid 2 Sv verbindt aan het niet opgeven van bezwaren tegen het vonnis waarvan beroep blijk moeten geven van bijzondere zorgvuldigheid bij de controle van wetenschap bij de verdachte van datum en tijdstip van de behandeling ter terechtzitting van het Hof. De enkele mededeling in het proces-verbaal van de terechtzitting dat verdachte correct is gedagvaard zou daartoe niet voldoende zijn.
6. Deze opvatting deel ik niet. Verdachte is gedagvaard op het adres waarop hij ten tijde van de dagvaarding in hoger beroep in de gemeentelijke basisadministratie stond ingeschreven. Op dat adres werd niemand aangetroffen. Toen is een bericht van aankomst achtergelaten waarin stond vermeld dat verdachte de dagvaarding binnen een in dat bericht genoemde termijn kon afhalen op het daarin genoemde postkantoor of politiebureau. De dagvaarding is niet afgehaald. Vervolgens is de dagvaarding uitgereikt aan de griffier van de Rechtbank en is een afschrift van de gerechtelijke brief gezonden naar bovenbedoeld adres. Deze brief is als “retour afzender” teruggezonden naar de afzender met de aantekening “mensen wonen hier niet meer vanaf 1 september 2012”. Verdachte heeft zelf hoger beroep ingesteld en wist dus dat hij zou worden gedagvaard. Niettemin heeft hij kennelijk niet de van hem te vergen, in het maatschappelijk verkeer gebruikelijke maatregelen genomen om te voorkomen dat een dagvaarding hem niet bereikt. Daarom heeft het Hof niet behoeven na te gaan of de verdachte van de terechtzitting in hoger beroep op de hoogte was, ook al zou onbekendheid met de terechtzitting in hoger beroep tot niet-ontvankelijkheid in het hoger beroep kunnen leiden. Verdachte had in de omstandigheden van het onderhavige geval beter op zijn tellen kunnen en moeten passen.
7. Voorts wordt geklaagd dat de verdachte bij schriftelijke machtiging aan een medewerker ter griffie hoger beroep heeft ingesteld, dat dus niet de mogelijkheid heeft bestaan hem een zgn. grievenformulier uit te reiken en ook niet blijkt dat hem een dergelijk formulier is toegezonden.
8. Het achterwege blijven van de uitreiking van een zgn. grievenformulier behoeft niet aan toepassing van het bepaalde in art. 416 lid 2 Sv in de weg te staan omdat de verdachte ook nog ter terechtzitting zijn bezwaren tegen het beroepen vonnis kan opgeven.
9. Het middel faalt.
10. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG