Strafrecht overig
Nu geen schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend, is niet in acht genomen het voorschrift van…
Parket bij de Hoge Raad, 8 september 2015
ECLI:NL:PHR:2015:2099 · Parket bij de Hoge Raad · 8 september 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2015-2099
Zaakgegevens
Op 8 september 2015 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 september 2015
- Datum publicatie
- 15 oktober 2015
- Zaaknummer
- 14/02213
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2015:2099
Samenvatting
Nu geen schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437.2 Sv, zodat verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 16 april 2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:1433Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 september 2015deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2015:2099
Hoge Raad · 3 november 2015
ECLI:NL:HR:2015:3219Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 14/02213 Zitting: 8 september 2015 |
Mr. T.N.B.M. Spronken Conclusie inzake: [verdachte] |
-
Verdachte is bij arrest van 16 april 2014 door het Gerechtshof Amsterdam wegens, kort gezegd, 1. “diefstal met geweld en bedreiging met geweld in vereniging”, 2. “poging tot medeplegen van gekwalificeerde doodslag, meermalen gepleegd” en 3. “medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht jaren, met aftrek van het voorarrest. Het hof heeft de vorderingen van drie benadeelde partijen gedeeltelijk toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Tevens heeft het hof een beslissing gegeven over het beslag.
-
Er bestaat samenhang tussen deze zaak en de zaak met nummer 14/02520. In deze zaak zal ik vandaag eveneens concluderen.
-
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld op 22 april 2014.
-
Op 5 februari 2015 is de aanzegging aan de verdachte in persoon uitgereikt, waarbij hem een termijn van zestig dagen is gesteld voor het doen indienen van de cassatieschriftuur. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen bij de Hoge Raad, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet in acht genomen, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
-
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG