Strafrecht overig

Nietigheid dagvaarding in h.b.? De akte van uitreiking van de dagvaarding in h.b. bevindt zich niet bij de op…

Parket bij de Hoge Raad, 13 oktober 2015

Zaakgegevens

Op 13 oktober 2015 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
13 oktober 2015
Datum publicatie
17 november 2015
Zaaknummer
14/01970
ECLI
ECLI:NL:PHR:2015:2261
E-mail

Samenvatting

Nietigheid dagvaarding in h.b.? De akte van uitreiking van de dagvaarding in h.b. bevindt zich niet bij de op de voet van art. 434.1 Sv toegezonden stukken en uit een brief van het Hof blijkt dat die akte in het ongerede is geraakt . In cassatie moet het er daarom voor worden gehouden dat de appeldagvaarding niet op de bij de wet voorgeschreven wijze is betekend. De HR verklaart om doelmatigheidsredenen zelf de appeldagvaarding nietig.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 13 oktober 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2015:2261

  2. Hoge Raad · 17 november 2015

    ECLI:NL:HR:2015:3318

    Conclusie gevolgd

Conclusie

Nr. 14/01970

Zitting: 13 oktober 2015

Mr. A.E. Harteveld

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft bij arrest van 17 december 2013 de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.

2. Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Namens de verdachte heeft mr. S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, een middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel klaagt dat het Hof de dagvaarding voor de terechtzitting van 17 december 2013 ten onrechte niet nietig heeft verklaard, nu in rechte moet worden vermoed dat deze dagvaarding niet, althans niet op de voorgeschreven wijze is betekend.

4. Uit het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep blijkt dat de verdachte niet ter zitting is verschenen en dat het Hof, op vordering van de advocaat-generaal, verstek heeft verleend tegen de verdachte.

5. De akte van uitreiking van de dagvaarding in hoger beroep aan de verdachte bevindt zich niet bij de op de voet van art. 434, eerste lid, Sv aan de Hoge Raad toegezonden stukken.

6. Blijkens een aan de strafgriffie van de Hoge Raad verzonden brief van de gerechtssecretaris van het Hof van 24 juli 2014 is de akte van uitreiking van de dagvaarding in hoger beroep in het ongerede geraakt.

7. Nu de akte van uitreiking van de dagvaarding in hoger beroep niet (meer) beschikbaar is kan de Hoge Raad niet nagaan of de dagvaarding in hoger beroep op de bij de wet voorgeschreven wijze is betekend, hetgeen met zich brengt dat het bestreden arrest niet in stand kan blijven. Het middel is derhalve terecht voorgesteld. De Hoge Raad kan de appeldagvaarding om doelmatigheidsredenen zelf nietig verklaren.

8. Deze conclusie strekt tot nietigverklaring van de dagvaarding in hoger beroep..

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vgl HR 1 september 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI5727 en HR 22 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BK3331.