Strafrecht overig
Betekeningsperikelen. Achterhaald adres in de appelakte? HR herhaalt relevante overwegingen uit…
ECLI:NL:PHR:2015:2695 · Parket bij de Hoge Raad · 17 november 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2015-2695
Zaakgegevens
Op 17 november 2015 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 november 2015
- Datum publicatie
- 23 februari 2016
- Zaaknummer
- 15/01278
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2015:2695
Samenvatting
Betekeningsperikelen. Achterhaald adres in de appelakte? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2002:AD5163. T.t.v. het instellen h.b. stond verdachte ingeschreven op het in de appelakte opgegeven adres (adres 1). Vervolgens heeft verdachte zich op een ander adres (adres 2) in de BRP ingeschreven. T.t.v. de uitreiking van de appeldagvaarding was de verdachte niet meer in de BRP ingeschreven. De appeldagvaarding is uitgereikt op adres 2 aan een persoon die bereid was de brief in ontvangst te nemen en aan verdachte te doen toekomen. Het Hof heeft kennelijk geoordeeld dat adres 2, bij gebreke aan een actuele inschrijving in de BRP, de feitelijke woon- of verblijfplaats van verdachte was en dat het door verdachte in de appelakte opgegeven adres 1 was achterhaald door het later in de BRP opgegeven adres 2. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk. Het middel faalt.
CAG: anders.
Procesgang
Uitspraak · 2014
ECLI:NL:GHDHA:2014:3511Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 17 november 2015deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2015:2695
Hoge Raad · 23 februari 2016
ECLI:NL:HR:2016:304Conclusie contrairGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 15/01278 Zitting: 17 november 2015 |
Mr. Aben Conclusie inzake: [verdachte] |
1. Het gerechtshof te Den Haag heeft bij arrest van 14 oktober 2014 de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het namens hem ingestelde hoger beroep.
2. Namens de verdachte heeft mr P.T. Verweijen, advocaat te Den Haag, beroep in cassatie ingesteld en heeft mr. T. Lucas, advocaat te Den Haag, bij schriftuur één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel keert zich tegen het in het arrest besloten liggende oordeel dat de appeldagvaarding rechtsgeldig is betekend.
4. De stukken die op de voet van art. 434, eerste lid, Sv aan de Hoge Raad zijn gezonden houden het volgende in:
- een appelakte van 9 augustus 2013 vermeldt als adres van de verdachte: [a-straat 1] ’s-Gravenhage.
- een aan het dubbel van de appeldagvaarding gehechte identiteitsstaat uit de SKDB van 2 september 2014 houdt in dat de verdachte op dat moment ingeschreven staat aan de [b-straat 1] te ’s-Gravenhage, alsook de laatst opgegeven woon-of verblijfplaats van de verdachte, zijnde: de [a-straat 1] ’s-Gravenhage.
- een akte van uitreiking houdt in dat de appeldagvaarding op 5 september 2014 aan de [b-straat 1] te ’s-Gravenhage niet in persoon is uitgereikt, maar aan een ander persoon die zich op dat adres bevond.
- een identiteitsstaat uit de SKDB van 12 september 2014 wijst uit dat de verdachte per 7 juli 2014 is “Vertrokken Onbekend Waarheen” en niet meer staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA). Als laatst opgegeven woon- of verblijfplaats van de verdachte is vermeld: [a-straat 1] ‘s-Gravenhage.
- het proces-verbaal van de terechtzitting van 14 oktober 2014 houdt in dat aldaar de verdachte noch een raadsman is verschenen en het hof verstek heeft verleend tegen de verdachte.
5. Ingevolge art. 588, eerste lid aanhef en onder b sub 3, Sv wordt een dagvaarding uitgereikt aan de griffier indien de geadresseerde niet als ingezetene is ingeschreven in de GBA noch een feitelijke woon- of verblijfplaats van hem bekend is. Onbekendheid van een feitelijke woon- of verblijfplaats kan evenwel niet worden aangenomen, indien niet is getracht de uitreiking van de dagvaarding te doen plaatsvinden op het uit de stukken blijkend – voor de hand liggend en niet door een latere opgave achterhaald – adres dat redelijkerwijs als feitelijke woon- of verblijfplaats van de verdachte zou kunnen gelden.
6. Uit de hiervoor onder 4 weergegeven inhoud van de stukken volgt onder meer dat van de verdachte geen GBA-adres bekend is van 7 juli 2014 tot in elk geval 12 september 2014 alsmede dat de verdachte bij het instellen van hoger beroep heeft aangegeven woonachtig te zijn aan de [a-straat 1] te ‘s-Gravenhage.
7. Mede gelet hierop en in aanmerking genomen dat uit de stukken niet blijkt dat is getracht de appeldagvaarding uit te reiken aan het hiervoor vermelde adres, zodat ervan moet worden uitgegaan dat dit niet is geschied, is het in het bestreden – bij verstek gewezen – arrest besloten liggende oordeel dat de verdachte behoorlijk is gedagvaard, niet zonder meer begrijpelijk. Het middel is terecht voorgesteld.
8. Het middel slaagt.
9. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van het bestreden arrest aanleiding behoort te geven.
10. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot nietigverklaring van de dagvaarding in hoger beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG