Strafrecht overig

Geen rechtsmiddel mogelijk tegen veroordeling door Ktr tot een geldboete van € 30,- t.z.v. overtreding. Art…

Zaakgegevens

Op 28 juni 2016 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
28 juni 2016
Datum publicatie
16 augustus 2016
Zaaknummer
15/02471
ECLI
ECLI:NL:PHR:2016:800
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Geen rechtsmiddel mogelijk tegen veroordeling door Ktr tot een geldboete van € 30,- t.z.v. overtreding. Art. 404 Sv. Gelet op art. 404.2 onder b Sv heeft Hof verdachte terecht n-o verklaard in het h.b. Standpunt dat art. 13 EVRM aan de toepasselijkheid van deze bepaling in de weg staat, is onjuist. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat ex art. 404.4 Sv tegen het vonnis in e.a. ook geen beroep in cassatie heeft opengestaan, kan verdachte niet worden ontvangen in het cassatieberoep.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 28 juni 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2016:800

  2. Hoge Raad · 30 augustus 2016

    ECLI:NL:HR:2016:2010

    Conclusie gevolgd

Conclusie

Nr. 15/02471

Zitting: 28 juni 2016

Mr. E.J. Hofstee

Conclusie inzake:

[verdachte]

  1. De verdachte is bij arrest van 2 april 2015 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, op grond van art. 404, tweede lid onder b, Sv niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.

  2. Namens de verdachte heeft mr. M.J.F. Stelling, advocaat te Alphen aan den Rijn, middelen van cassatie voorgesteld.

  3. De kantonrechter heeft de verdachte bij vonnis van 4 oktober 2012 wegens overtreding van art. 447e Sr in verbinding met art. 2 Wet op de Identificatieplicht veroordeeld tot een geldboete van € 30,-. Gelet op art. 404, tweede lid aanhef en sub b, en art. 404, vierde lid, Sv staat voor een verdachte tegen een dergelijk vonnis geen rechtsmiddel open.

  4. Dat brengt mee dat het hof de verdachte terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard in het hoger beroep en voorts dat voor de verdachte evenmin beroep in cassatie openstaat, zodat de verdachte derhalve in het beroep niet kan worden ontvangen.

  5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG