Strafrecht overig
Geen schriftuur ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 15/05303; 15/05342; 15/05447; 15/05454; 16/00013…
Parket bij de Hoge Raad, 24 januari 2017
ECLI:NL:PHR:2017:149 · Parket bij de Hoge Raad · 24 januari 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2017-149
Zaakgegevens
Op 24 januari 2017 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 januari 2017
- Datum publicatie
- 14 maart 2017
- Zaaknummer
- 16/00950
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2017:149
Samenvatting
Geen schriftuur ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 15/05303; 15/05342; 15/05447; 15/05454; 16/00013; 16/00237; 16/00238; 16/00239; 16/00947; 16/00948; 16/00949; 16/00951 en 16/00952.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 24 januari 2017deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2017:149
Hoge Raad · 14 maart 2017
ECLI:NL:HR:2017:435Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 16/00950 P Zitting: 24 januari 2017 |
Mr. E.J. Hofstee Conclusie inzake: [betrokkene] |
-
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, heeft bij arrest van 9 november 2015 het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 15.906,- en aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag.
-
Er bestaat samenhang met twaalf andere zaken. In alle zaken zal ik vandaag concluderen.
-
De betrokkene heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens hem geen middelen van cassatie voorgesteld.
-
Art. 511h Sv in verbinding met art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie moet worden ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, dient de betrokkene niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard.
-
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG