Strafrecht overig
Profijtontneming. Met 16/00199 P; 16/00200 en 16/00201 samenhangende peek (OM n-o in cassatieberoep, geen…
ECLI:NL:PHR:2017:590 · Parket bij de Hoge Raad · 23 mei 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2017-590
Zaakgegevens
Op 23 mei 2017 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 mei 2017
- Datum publicatie
- 5 juli 2017
- Zaaknummer
- 16/00198
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2017:590
Samenvatting
Profijtontneming. Met 16/00199 P; 16/00200 en 16/00201 samenhangende peek (OM n-o in cassatieberoep, geen middelen ingediend).
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 23 mei 2017deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2017:590
Hoge Raad · 4 juli 2017
ECLI:NL:HR:2017:1228Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 16/00198 P Zitting: 23 mei 2017 |
Mr. E.J. Hofstee Conclusie inzake: [A] B.V. |
-
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft bij uitspraak van 11 november 2014 de vordering strekkende tot oplegging van de verplichting tot betaling aan de Staat van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel afgewezen.
-
Er bestaat samenhang met de zaken 16/00199P, 16/00200 en 16/00201. Ook in die zaken zal ik vandaag concluderen.
-
De advocaat-generaal bij het hof heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn geen middelen van cassatie voorgesteld.
-
Art. 511h Sv schrijft in verbinding met art. 437, eerste lid, Sv voor dat op straffe van niet-ontvankelijkheid door het openbaar ministerie binnen een maand na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv een schriftuur houdende middelen van cassatie moet worden ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, moet de advocaat-generaal bij het hof niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep worden verklaard.
-
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de advocaat-generaal bij het hof in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG