Strafrecht overig

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto onder klager t.z.v. verdenking van witwassen. Behandeling klaagschrift…

Zaakgegevens

Op 16 oktober 2018 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
16 oktober 2018
Datum publicatie
4 december 2018
Zaaknummer
17/04920
ECLI
ECLI:NL:PHR:2018:1350
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto onder klager t.z.v. verdenking van witwassen. Behandeling klaagschrift in het openbaar? Art. 552a.6 Sv bepaalt dat behandeling klaagschrift door raadkamer plaatsvindt in het openbaar. Dit voorschrift is van zodanige betekenis dat - behoudens toepassing van art. 22.2 en 22.3 Sv - niet-naleving daarvan leidt tot nietigheid van onderzoek en van naar aanleiding daarvan gegeven beschikking. P-v behandeling door raadkamer houdt niet in dat behandeling in het openbaar heeft plaatsgevonden, zodat het ervoor moet worden gehouden dat dit niet is gebeurd, terwijl ook niet blijkt dat toepassing is gegeven aan art. 22.2 en 22.3 Sv. Beschikking lijdt aan nietigheid. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 16 oktober 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2018:1350

  2. Hoge Raad · 4 december 2018

    ECLI:NL:HR:2018:2237

    Conclusie gevolgd

Conclusie

Nr. 17/04920 B

Zitting: 16 oktober 2018

Mr. D.J.C. Aben

Conclusie inzake:

[verdachte]

  1. De rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, heeft op 12 september 2017 een beschikking gegeven op een klaagschrift ex art. 552a Sv strekkende tot, kort gezegd, opheffing van het beslag op de auto met het kenteken [AA-00-BB] en alle eventuele overige zaken, met last tot teruggave dan wel afgifte aan klager.

  2. Namens de klager heeft mr. J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, een middel van cassatie voorgesteld.

  3. Het middel klaagt dat de behandeling in raadkamer op 29 augustus 2017 niet in het openbaar heeft plaatsgevonden.

  4. De behandeling van het klaagschrift vond plaats op 29 augustus 2017. Het daarvan opgemaakte proces-verbaal vermeldt niet dat die behandeling in het openbaar heeft plaatsgevonden. Nu niet blijkt dat die behandeling in het openbaar heeft plaatsgevonden, is het middel gegrond. Dit verzuim geeft aanleiding tot nietigheid.

  5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden behandeld en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG