Strafrecht overig
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto onder klager t.z.v. verdenking van witwassen. Behandeling klaagschrift…
Hoge Raad, 4 december 2018
ECLI:NL:HR:2018:2237 · Hoge Raad · 4 december 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2018-2237
Zaakgegevens
Op 4 december 2018 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 december 2018
- Datum publicatie
- 3 december 2018
- Zaaknummer
- 17/04920
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:2237
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto onder klager t.z.v. verdenking van witwassen. Behandeling klaagschrift in het openbaar? Art. 552a.6 Sv bepaalt dat behandeling klaagschrift door raadkamer plaatsvindt in het openbaar. Dit voorschrift is van zodanige betekenis dat - behoudens toepassing van art. 22.2 en 22.3 Sv - niet-naleving daarvan leidt tot nietigheid van onderzoek en van naar aanleiding daarvan gegeven beschikking. P-v behandeling door raadkamer houdt niet in dat behandeling in het openbaar heeft plaatsgevonden, zodat het ervoor moet worden gehouden dat dit niet is gebeurd, terwijl ook niet blijkt dat toepassing is gegeven aan art. 22.2 en 22.3 Sv. Beschikking lijdt aan nietigheid. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 16 oktober 2018
ECLI:NL:PHR:2018:1350Hoge Raad · 4 december 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:2237
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
4 december 2018
Strafkamer
nr. S 17/04920 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 12 september 2017, nummer 17/001878, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden behandeld en afgedaan.
2 Beoordeling van het middel
Het middel klaagt dat de behandeling van het klaagschrift niet in het openbaar heeft plaatsgevonden.
Art. 552a, zesde lid, Sv bepaalt dat de behandeling van het klaagschrift door de raadkamer plaatsvindt in het openbaar. Dit voorschrift is van zodanige betekenis dat – behoudens toepassing van art. 22, tweede en derde lid, Sv – de niet-naleving daarvan leidt tot nietigheid van het onderzoek en van de naar aanleiding daarvan gegeven beschikking.
Het proces-verbaal van de behandeling door de raadkamer houdt niet in dat de behandeling in het openbaar heeft plaatsgevonden, zodat het ervoor moet worden gehouden dat dit niet is gebeurd, terwijl ook niet blijkt dat toepassing is gegeven aan art. 22, tweede en derde lid, Sv.
Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, lijdt de bestreden beschikking aan nietigheid.
3 Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen, brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden beschikking;
wijst de zaak terug naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 december 2018.