Strafrecht overig
Conclusie AG. Derdenbeslag ex art. 94a Sv op auto van klaagster. Beklag ex art. 552a Sv. Het proces-verbaal…
ECLI:NL:PHR:2019:49 · Parket bij de Hoge Raad · 22 januari 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2019-49
Zaakgegevens
Op 22 januari 2019 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 januari 2019
- Datum publicatie
- 16 januari 2019
- Zaaknummer
- 18/01004
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2019:49
Samenvatting
Conclusie AG. Derdenbeslag ex art. 94a Sv op auto van klaagster. Beklag ex art. 552a Sv. Het proces-verbaal van de behandeling door de raadkamer houdt niet in dat de behandeling in het openbaar heeft plaatsgevonden conform art. 552a lid 7 Sv, noch dat toepassing is gegeven aan art. 22 lid 2 of 3 Sv, zodat het ervoor moet worden gehouden dat dit niet is gebeurd en daarmee een wezenlijk voorschrift is geschonden. Het advies aan de Hoge Raad is de beschikking te vernietigen en de zaak terug te wijzen. Ten overvloede geeft de AG de Hoge Raad in overweging op grond van art. 83 RO nadere inlichtingen in te winnen bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, of de behandeling in het openbaar heeft plaatsgevonden en zo ja, of is verzuimd dit in het proces-verbaal op te nemen, nu de AG is gebleken dat deze rechtbank vaker beschikkingen uitspreekt, terwijl de processen-verbaal niet inhouden dat de behandeling in het openbaar heeft plaatsgevonden. Samenhang met 18/00996 B, 18/00997 B en 18/01360 B.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 22 januari 2019deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2019:49
Hoge Raad · 12 maart 2019
ECLI:NL:HR:2019:346
Conclusie
|
Nr. 18/01004 B Zitting: 22 januari 2019 |
Mr. T.N.B.M. Spronken Conclusie inzake: [klaagster] |
-
De rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, heeft bij beschikking van 2 maart 2018 het klaagschrift van de klaagster ex art. 552a Sv, strekkende tot opheffing van het gelegde beslag en teruggave van het in beslag genomen goed, te weten een auto, ongegrond verklaard.
-
Er bestaat samenhang met de zaken 18/00996, 18/00997 en 18/01360. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
-
Het cassatieberoep is ingesteld namens de klaagster en mr. J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
-
Het middel bevat de klacht dat de behandeling in raadkamer op 2 februari 2018 niet in het openbaar heeft plaatsgevonden.
-
Het is juist dat het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer op 2 februari 2018 niet vermeldt dat die behandeling in het openbaar heeft plaatsgevonden, zodat het ervoor gehouden moet worden dat dit niet is gebeurd. Evenmin blijkt dat door de rechtbank toepassing is gegeven aan art. 22 lid 2 en 3 Sv. Dit verzuim geeft op grond van art. 552a lid 7 Sv aanleiding tot nietigheid.
6. Het middel is gegrond.
7. Ambtshalve merk ik op dat mij is gebleken dat de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, vaker beschikkingen uitspreekt, terwijl de processen-verbaal niet inhouden dat de behandeling in het openbaar heeft plaatsgevonden. Deze vier samenhangende zaken zijn daarvan een voorbeeld. Wellicht is de omstandigheid dat er mogelijk sprake is van een meer structureel probleem bij het opmaken van processen-verbaal van raadkamerzittingen, voor de Hoge Raad aanleiding om op grond van art. 83 RO over te gaan tot het inwinnen van nadere inlichtingen bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, of de behandelingen in het openbaar hebben plaatsgevonden en zo ja, of dan is verzuimd dit in het proces-verbaal op te nemen. De Hoge Raad heeft dit eerder gedaan in een vergelijkbaar geval waarbij er echter in de betreffende zaak aanknopingspunten waren te vinden dat er sprake was van een omissie. Dergelijke aanknopingspunten heb ik in de onderhavige zaken niet kunnen vinden.
8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden behandeld en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG