Strafrecht overig

Profijtontneming. Geen middelen ingediend, betrokkene n-o. Samenhang met 18/00713 P en 18/00845 P. Vervolg op…

Parket bij de Hoge Raad, 18 december 2018

Zaakgegevens

Op 18 december 2018 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
18 december 2018
Datum publicatie
12 februari 2019
Zaaknummer
18/01271
ECLI
ECLI:NL:PHR:2018:1496
E-mail

Samenvatting

Profijtontneming. Geen middelen ingediend, betrokkene n-o. Samenhang met 18/00713 P en 18/00845 P. Vervolg op ECLI:NL:HR:2010:BN0581 (strafzaak).

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 18 december 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2018:1496

  2. Uitspraak · 2018

    ECLI:NL:GHAMS:2018:508
  3. Hoge Raad · 12 februari 2019

    ECLI:NL:HR:2019:220

    Niet ontvankelijk

Conclusie

Nr. 18/01271 P

Zitting: 18 december 2018

Mr. F.W. Bleichrodt

Conclusie inzake:

[betrokkene]

  1. Het gerechtshof Amsterdam heeft bij uitspraak van 13 februari 2018 de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 195.000,00 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

  2. Er bestaat samenhang met de zaken 18/00713 en 18/00845. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.

  3. Tegen genoemd arrest is namens de betrokkene beroep in cassatie ingesteld.

  4. De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv is op 9 juni 2018 aan de betrokkene in persoon uitgereikt. Mr. M.E. van der Werf, advocaat te Amsterdam, heeft zich in cassatie als raadsman van de betrokkene gesteld en is tijdig, bij brief van 12 juni 2018, van de aanzegging aan zijn cliënt in kennis gesteld. De in het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 8 augustus 2018. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.

  5. Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.

  6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad betrokkene niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG