Strafrecht overig

Profijtontneming. Geen middelen ingediend, betrokkene n-o. Samenhang met 18/00713 P en 18/00845 P. Vervolg op…

Zaakgegevens

Op 12 februari 2019 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 februari 2019
Datum publicatie
12 februari 2019
Zaaknummer
18/01271
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:220
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Profijtontneming. Geen middelen ingediend, betrokkene n-o. Samenhang met 18/00713 P en 18/00845 P. Vervolg op ECLI:NL:HR:2010:BN0581 (strafzaak).

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 18 december 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:1496
  2. Uitspraak · 2018

    ECLI:NL:GHAMS:2018:508
  3. Hoge Raad · 12 februari 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:220

    Niet ontvankelijk

Uitspraak

Inhoudsopgave

12 februari 2019

Strafkamer

nr. S 18/01271 P

AKA

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 13 februari 2018, nummer 23/003207-12, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:

[betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het beroep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, in verbinding met art. 511h van het Wetboek van Strafvordering, zodat de betrokkene in het beroep niet kan worden ontvangen.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 februari 2019.