Strafrecht overig
Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 17/00076.
Parket bij de Hoge Raad, 11 december 2018
ECLI:NL:PHR:2018:1505 · Parket bij de Hoge Raad · 11 december 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2018-1505
Zaakgegevens
Op 11 december 2018 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 december 2018
- Datum publicatie
- 18 februari 2019
- Zaaknummer
- 17/04208
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2018:1505
Samenvatting
Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 17/00076.
Procesgang
Uitspraak · 2016
ECLI:NL:GHARL:2016:10589Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 december 2018deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2018:1505
Hoge Raad · 5 februari 2019
ECLI:NL:HR:2019:252Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 17/04208 Zitting: 11 december 2018 |
Mr. A.E. Harteveld Conclusie inzake: [verdachte] |
-
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft de verdachte bij arrest van 28 december 2016, zittingsplaats Leeuwarden, met vernietiging van het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 17 december 2015, ter zake van “overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994”, veroordeeld tot een geldboete van €325, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 dagen hechtenis, en de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 53 dagen ontzegd.
-
Er bestaat samenhang met de zaak 17/00076. Ook in deze zaak zal ik vandaag concluderen.
-
Namens de verdachte is op 4 januari 2017 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging zoals bedoeld in art. 435 lid 1 Sv is op 14 september 2017 aan de verdachte in persoon betekend. Namens hem zijn echter geen middelen van cassatie voorgesteld.
-
Ingevolge art. 437 lid 2 Sv dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te worden ingediend. Nu de verdachte niet door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, dient hij in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
-
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in zijn beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG