Strafrecht overig
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto van klager onder zijn zus t.z.v. verdenking van rijden zonder rijbewijs…
ECLI:NL:PHR:2020:801 · Parket bij de Hoge Raad · 30 juni 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2020-801
Zaakgegevens
Op 30 juni 2020 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 30 juni 2020
- Datum publicatie
- 11 september 2020
- Zaaknummer
- 19/03130
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2020:801
Samenvatting
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto van klager onder zijn zus t.z.v. verdenking van rijden zonder rijbewijs, waarna auto in strafzaak tegen zus bij onherroepelijk vonnis verbeurd is verklaard. Bevoegdheid Rb. Is Rb bevoegd tot behandeling klaagschrift a.b.i. art. 552a Sv, nu tegen vonnis waarbij inbeslaggenomen auto verbeurd is verklaard geen h.b. is ingesteld? HR ambtshalve: Redelijke wetstoepassing brengt mee dat, als gerecht dat bevoegd is tot afdoening van klaagschrift a.b.i. art. 552a Sv constateert dat sinds indiening daarvan desbetreffende voorwerpen bij inmiddels uitvoerbare beslissing zijn verbeurdverklaard of onttrokken aan het verkeer, dit klaagschrift moet worden opgevat als klaagschrift a.b.i. art. 552b Sv. Indien dat gerecht, gelet op art. 552b.2 Sv, niet bevoegd is tot behandeling van zo opgevat klaagschrift dient het te bepalen dat griffier stukken zal zenden naar het tot die behandeling wel bevoegde gerecht (vgl. ECLI:NL:HR:1993:ZC9284). Vonnis met daarin verbeurdverklaring van personenauto is pas in cassatiefase van beklagzaak onherroepelijk geworden. Ook voor die situatie heeft te gelden dat klaagschrift moet worden opgevat als klaagschrift a.b.i. art. 552b Sv. HR zal met vernietiging van beschikking Rb zaak voor verdere afdoening en behandeling verwijzen naar het ex art. 552b.2 Sv bevoegde gerecht. HR vernietigt beschikking Rb en bepaalt dat stukken ter verdere behandeling en afdoening zullen worden gezonden naar Rb.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 30 juni 2020deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2020:801
Hoge Raad · 15 september 2020
ECLI:NL:HR:2020:1370
Conclusie
Inhoudsopgave
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 19/03130 B
Zitting 30 juni 2020
CONCLUSIE
A.E. Harteveld
In de zaak
[klager] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de klager.
-
De rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen, heeft bij beschikking van 26 juni 2019 het klaagschrift van de klager, strekkende tot teruggave aan hem van een onder [betrokkene 1] in beslag genomen personenauto (een BMW met het kenteken [kenteken] ), ongegrond verklaard.
-
Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager en mr. H. Bakker, advocaat te Amsterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
3. Aan de bespreking van het middel kom ik gelet op het navolgende niet toe. Het gaat in de onderhavige zaak om de inbeslagneming van een auto op de voet van art. 94 Sv, ten aanzien waarvan de klager stelt dat hij eigenaar is. Deze auto is op 11 april 2019 in beslag genomen onder de zus van de klager, [betrokkene 1] , omdat zij daarin reed zonder geldig rijbewijs. Op 13 mei 2019 heeft de klager een klaagschrift als bedoeld in art. 552a, eerste lid, Sv ingediend, strekkende tot teruggave aan hem van de inbeslaggenomen auto. Het klaagschrift is door de rechtbank op 26 juni 2019 behandeld in raadkamer, waarna de rechtbank op dezelfde dag de bestreden beschikking heeft gegeven, waarbij het beklag ongegrond is verklaard.
4. Uit de op mijn verzoek ingewonnen inlichtingen bij de rechtbank Noord-Nederland omtrent de stand van zaken in de strafzaak tegen de zus van de klager [betrokkene 1] (parketnummer 96-088960-19) - in het kader waarvan onderhavig beslag is gelegd - is gebleken dat de auto bij vonnis van 17 januari 2020 is verbeurd verklaard. Tegen dit vonnis is door de zus van de klager noch door de officier van justitie hoger beroep ingesteld en daardoor is dat vonnis uitvoerbaar geworden.
5. In aanmerking genomen dat sinds de indiening van het klaagschrift de betreffende auto bij inmiddels uitvoerbare beslissing is verbeurdverklaard, brengt een redelijke wetstoepassing mee dat dit klaagschrift moet worden opgevat als een klaagschrift als bedoeld in art. 552b Sv. Nu de Hoge Raad ingevolge het bepaalde in art. 552b, tweede lid, Sv niet bevoegd is tot behandeling van het aldus opgevatte klaagschrift dient te worden bepaald dat de griffier de stukken zal zenden naar het tot die behandeling wel bevoegde gerecht (vgl. HR 23 november 1993, NJ 1994/263), in dit geval de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen.
6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot bepaling dat de stukken ter verdere behandeling en afdoening zullen worden gezonden naar de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden