Strafrecht overig

Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

Parket bij de Hoge Raad, 27 september 2022

Zaakgegevens

Op 27 september 2022 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
27 september 2022
Datum publicatie
14 november 2022
Zaaknummer
20/01068
ECLI
ECLI:NL:PHR:2022:1053
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

volgt

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 27 september 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2022:1053

  2. Hoge Raad · 15 november 2022

    ECLI:NL:HR:2022:1648

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 20/01068

Zitting 27 september 2022

CONCLUSIE

D.J.M.W. Paridaens

In de zaak

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,

hierna: de verdachte.

  1. De verdachte is bij arrest van 11 maart 2020 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, wegens "zware mishandeling" veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, met aftrek van het voorarrest als bedoeld in art. 27 Sr. Voorts heeft het hof beslist op de vordering van de benadeelde partij en aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander als in het arrest vermeld.

  2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Namens de verdachte heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, twee middelen van cassatie voorgesteld.

  3. Het eerste middel klaagt over het ontbreken van relevante processtukken, waardoor de bestreden uitspraak in cassatie niet kan worden getoetst.

  4. Overeenkomstig het Procesreglement heeft de raadsman van de verdachte bij bericht van 17 mei 2022 tijdig aan de rolraadsheer verzocht alsnog in het bezit te worden gesteld van het proces-verbaal van de zitting in hoger beroep en de door de raadsman overgelegde pleitnota. Naar aanleiding van dit verzoek is bij het hof nadere informatie ingewonnen. Op grond van die informatie blijkt dat het dossier in het ongerede is geraakt en zodoende geen proces-verbaal is uitgewerkt en geen pleitnota meer aanwezig is.

  5. Gelet hierop valt niet na te gaan of ter terechtzitting meer verweren zijn gevoerd of meer uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht dan die in de uitspraak van het hof zijn vermeld. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het, nu het blijkens bij het hof ingewonnen informatie onherstelbaar is, nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt.

  6. Het eerste middel is derhalve terecht voorgesteld. Het tweede middel behoeft daarom geen bespreking.

  7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG