Strafrecht overig
Zware mishandeling (art. 302.1 Sr). Ontbrekend(e) p-v van tz. en pleitnota in hoger beroep. HR: Om redenen…
ECLI:NL:HR:2022:1648 · Hoge Raad · 15 november 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2022-1648
Zaakgegevens
Op 15 november 2022 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 november 2022
- Datum publicatie
- 14 november 2022
- Zaaknummer
- 20/01068
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:1648
Samenvatting
Zware mishandeling (art. 302.1 Sr). Ontbrekend(e) p-v van tz. en pleitnota in hoger beroep. HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Overeenkomstig Procesreglement HR heeft raadsman tijdig aan rolraadsheer verzocht alsnog in het bezit te worden gesteld van pv van tz. in h.b. en door raadsman overgelegde pleitnota. N.a.v. dit verzoek is bij hof nadere informatie ingewonnen op grond waarvan blijkt dat dossier in het ongerede is geraakt en zodoende geen p-v is uitgewerkt en geen pleitnota meer aanwezig is. Gelet hierop valt niet na te gaan of ttz. meer verweren zijn gevoerd of meer uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht dan die in ‘s hofs uitspraak zijn vermeld. Dit verzuim strijdt zozeer met behoorlijke procesorde dat het, nu het blijkens bij hof ingewonnen informatie onherstelbaar is, nietigheid van onderzoek en naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt.
Volgt vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 27 september 2022
ECLI:NL:PHR:2022:1053Hoge Raad · 15 november 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:1648
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/01068
Datum 15 november 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 maart 2020, nummer 21-001229-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ArnhemLeeuwarden, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep en de door de raadsman in hoger beroep overgelegde pleitnota in het ongerede zijn geraakt, waardoor de bestreden uitspraak in cassatie niet kan worden getoetst.
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4 en 5.
3 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 november 2022.