Strafrecht overig
Conclusie AG. Medeplegen valsheid in geschrift, art. 225 Sr. Geen schriftuur houdende middelen van cassatie…
ECLI:NL:PHR:2022:1061 · Parket bij de Hoge Raad · 15 november 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2022-1061
Zaakgegevens
Op 15 november 2022 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 november 2022
- Datum publicatie
- 14 november 2022
- Zaaknummer
- 21/02071
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2022:1061
Samenvatting
Conclusie AG. Medeplegen valsheid in geschrift, art. 225 Sr. Geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend. Conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het cassatieberoep. Samenhang met 21/02051, 21/05032 en 21/01944.
Conclusie
Inhoudsopgave
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 21/02071
Zitting 15 november 2022
CONCLUSIE
B.F. Keulen
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
hierna: de verdachte.
-
De verdachte is bij arrest van 30 april 2021 door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wegens ‘medeplegen van valsheid in geschrift en medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst’ veroordeeld tot 120 uren taakstraf subsidiair 60 dagen hechtenis, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.
-
Er bestaat samenhang met de zaken 21/01944, 21/02051 en 21/05032. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
-
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 4 maart 2022 op het adres [a-straat 1], [postcode] [plaats] betekend. Uit een BRP bevraging op 8 juli 2022 blijkt dat de verdachte ingaande 6 februari 1998 is ingeschreven op dit adres.
-
Art. 437, tweede lid, Sv bepaalt dat de verdachte door of namens wie beroep in cassatie is ingesteld, op straffe van niet-ontvankelijkheid verplicht is binnen twee maanden nadat de in art. 435, eerste lid, Sv bedoelde aanzegging is betekend, bij de Hoge Raad door zijn raadsman een schriftuur houdende zijn middelen van cassatie te doen indienen. Nu dit voorschrift niet in acht is genomen kan de verdachte niet in het beroep worden ontvangen.
-
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden