Strafrecht overig

Samenhangende Peek. Cassatieberoep n-o.

Zaakgegevens

Op 28 juni 2022 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
28 juni 2022
Datum publicatie
19 mei 2022
Zaaknummer
19/05299
ECLI
ECLI:NL:PHR:2022:493
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Samenhangende Peek. Cassatieberoep n-o.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 28 juni 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2022:493

  2. Hoge Raad · 27 september 2022

    ECLI:NL:HR:2022:1326

Conclusie

Inhoudsopgave

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 19/05299

Zitting 28 juni 2022

CONCLUSIE

A.E. Harteveld

In de zaak

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,

hierna: de verdachte.

  1. De verdachte is bij arrest van 21 november 2019 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, wegens het in de zaak met parketnummer 16-660544-16 onder 1. “handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie”, het in de zaak met parketnummer 16-660544-16 onder 2. “medeplegen van handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en van het in strijd met de wet verhandelen van wapens of munitie een beroep of gewoonte maken”, het in de zaak met parketnummer 16-660544-16 onder 3. “deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven”, het in de zaak met parketnummer 16-659593-17 onder 1. “medeplegen van handelen in strijd met artikel 14, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd en van het in strijd met de wet verhandelen van wapens of munitie een beroep of gewoonte maken”, het in de zaak met parketnummer 16-659593-17 onder 2. “opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod” en het in de zaak met parketnummer 16-659593-17 onder 3. “opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van voorarrest.

  2. Er bestaat samenhang met de zaak 19/05487. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.

3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.

4. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge artikel 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.

5. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG