Strafrecht overig
Conclusie AG. Profijtontneming. Middel klaagt dat hof de totale duur gijzeling van twee gelijktijdig…
Parket bij de Hoge Raad, 28 november 2023
ECLI:NL:PHR:2023:1079 · Parket bij de Hoge Raad · 28 november 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2023-1079
Zaakgegevens
Op 28 november 2023 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 november 2023
- Datum publicatie
- 24 november 2023
- Zaaknummer
- 22/00005
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2023:1079
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Conclusie AG. Profijtontneming. Middel klaagt dat hof de totale duur gijzeling van twee gelijktijdig behandelde ontnemingszaken heeft bepaald op, tezamen, 1.698 dagen. Middel slaagt. De conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak voor zover het de duur van de gijzeling betreft en tot vermindering totale duur gijzelingen tot, tezamen, 1.080, dagen of: tot 982 dagen. Samenhang met 21/00007 P.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 28 november 2023deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2023:1079
Hoge Raad · 23 januari 2024
ECLI:NL:HR:2024:43
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer22/00005 P
Zitting 28 november 2023
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961,
hierna: de betrokkene
Inleiding
1. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft bij arrest van 20 december 2021 het door betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 336.010,02 en aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling van dat bedrag aan de staat. De duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd in geval van niet-betaling is bepaald op 1.080 dagen.
2. Er bestaat samenhang met de zaken 22/00007 P en 22/00006 (peek). In de eerstgenoemde zaak zal ik vandaag ook concluderen. De tweede zaak, een strafzaak, heeft de Hoge Raad reeds bij arrest van 4 juli 2023 afgedaan met een niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep van de betrokkene (als verdachte).
3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. D.W.H.M. Wolters, advocaat te Hoofddorp, heeft één middel van cassatie voorgesteld. Het middel klaagt dat het hof de totale duur van de gijzeling in de voorliggende zaak en die in de zaak met nummer 22/00007 P heeft bepaald op meer dan 1.080 dagen, te weten 1.698 dagen, hetgeen getuigt van een onjuiste rechtsopvatting.
De bespreking van het middel
4. Het middel slaagt op de gronden als vermeld in mijn conclusie in de zaak met nummer 22/00007 P, besproken onder het tweede middel.
Slotsom
5. Het middel slaagt.
6. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voor zover het de duur van de gijzeling betreft. De Hoge Raad kan de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd bepalen op 982 dagen.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG