Strafrecht overig
Conclusie AG. Overleveringszaak. Opgeëiste persoon kan op grond van art. 29.2 OLW niet in zijn beroep worden…
Parket bij de Hoge Raad, 14 februari 2023
ECLI:NL:PHR:2023:159 · Parket bij de Hoge Raad · 14 februari 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2023-159
Zaakgegevens
Op 14 februari 2023 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 februari 2023
- Datum publicatie
- 6 februari 2023
- Zaaknummer
- 22/04411
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2023:159
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Conclusie AG. Overleveringszaak. Opgeëiste persoon kan op grond van art. 29.2 OLW niet in zijn beroep worden ontvangen. Conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer22/04411 U
Zitting 14 februari 2023
CONCLUSIE
D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[opgeëiste persoon],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de opgeëiste persoon.
Inleiding
-
De rechtbank Amsterdam heeft bij uitspraak van 10 november 2022 de overlevering van de opgeëiste persoon aan the Regional Court in Poznan (Polen) toegestaan wegens de in onderdeel e) van het Europees aanhoudingsbevel (EAB) omschreven feiten.
-
Namens de opgeëiste persoon heeft S. Meijer, advocaat te Beverwijk, één middel van cassatie voorgesteld.
Ontvankelijkheid van het beroep
3. Het EAB is op 12 mei 2020 uitgevaardigd door de “Regional Court in Poznan” in Polen. Naar aanleiding daarvan heeft de officier van justitie op 24 mei 2022 een vordering als bedoeld in art. 23 lid 2 Overleveringswet ingediend bij de rechtbank Amsterdam, waarover de rechtbank op 10 november 2022 heeft beslist. Aldus is de Overleveringswet in de onderhavige zaak van toepassing.
4. Nu op grond van art. 29 lid 2 Overleveringswet geen gewoon rechtsmiddel openstaat tegen de bestreden uitspraak van de rechtbank omtrent de overlevering van de opgeëiste persoon, kan hij niet in zijn beroep worden ontvangen. Aan de bespreking van het middel kom ik daarom niet toe.
Slotsom
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG