Strafrecht overig
Conclusie AG. Art. 94 Sv beslag op een snorfiets. Ontvankelijkheid cassatieberoep. In cassatie kan er vanuit…
ECLI:NL:PHR:2023:762 · Parket bij de Hoge Raad · 5 september 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2023-762
Zaakgegevens
Op 5 september 2023 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 september 2023
- Datum publicatie
- 31 augustus 2023
- Zaaknummer
- 22/01873
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2023:762
Samenvatting
Conclusie AG. Art. 94 Sv beslag op een snorfiets. Ontvankelijkheid cassatieberoep. In cassatie kan er vanuit worden gegaan dat het beslag is beëindigd op een wijze die in art. 134.2 onder b en c, Sv is voorzien, zodat de klaagster niet kan worden ontvangen in het cassatieberoep. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de klaagster in het beroep.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 5 september 2023deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2023:762
Hoge Raad · 17 oktober 2023
ECLI:NL:HR:2023:1425
Conclusie
Inhoudsopgave
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 22/01873 B
Zitting 5 september 2023
CONCLUSIE
A.E. Harteveld
In de zaak
[klaagster] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de klaagster
-
De rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, heeft de klaagster niet-ontvankelijk verklaard in haar beklag strekkende tot teruggave van een onder een derde inbeslaggenomen snorfiets, merk Piaggio C25.
-
Het cassatieberoep is ingesteld namens de klaagster en N.B. Genemans en H. Sytema, beiden advocaat te 's-Gravenhage, hebben twee middelen van cassatie voorgesteld.
-
Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Het gaat in deze zaak om de inbeslagneming als bedoeld in art. 94 Sv onder een derde ( [betrokkene 1] ) van een snorfiets, merk Piaggio C25 (beslagnr. 2893884). De rechtbank heeft de klaagster niet-ontvankelijk verklaard in haar op de voet van art. 552a Sv ingediende beklag strekkende tot opheffing van het beslag en teruggave aan haar van de inbeslaggenomen snorfiets.
Uit de bestreden beschikking blijkt dat de rechtbank onder meer heeft vastgesteld dat voornoemde [betrokkene 1] blijkens de kennisgeving van inbeslagneming afstand van het goed heeft gedaan. Daar voeg ik aan toe dat deze kennisgeving achter het kopje “Afstand door beslagene” tevens inhoudt: “Ja, als eigenaar”. Aan de voorwaarden voor het geven van een last als bedoeld in art. 116, tweede lid onder c, Sv is zo bezien voldaan. Verder heeft de rechtbank vastgesteld dat het op grond van art. 94 Sv gelegde beslag reeds is geëindigd omdat het inbeslaggenomen goed inmiddels is vernietigd. Uit het aanvullend proces-verbaal van 22 februari 2022 blijkt volgens de rechtbank dat de beslissing tot vernietiging is gegeven door een daartoe gemandateerde medewerker van het Openbaar Ministerie.
Genoemd aanvullend proces-verbaal, dat zich bij de gedingstukken bevindt, houdt onder meer het volgende in:
“Op 10-12-2021 is door mij de zaak voorgelegd bij gemandateerde [betrokkene 2] van het OM en is door gemandateerde [betrokkene 2] besloten dat het voertuig vatbaar was voor onttrekking aan het verkeer (met machtiging vernietigen).
Op 10-12-2021 is door mij het voertuig overgedragen aan het Beslaghuis Midden Nederland ter uitvoering van de beslissing van het OM.”
De onder 3.3 weergegeven informatie vindt bevestiging in de namens mij bij het Beslagbureau Midden-Nederland ingewonnen inlichtingen. Deze inlichtingen houden in de eerste plaats een uitdraai in uit het beslagportaal. Op deze uitdraai staat achter het kopje “OM beheersbeslissing” vermeld “Deponeren en onttrekken aan het verkeer obv 116”. Als datum van deze beheersbeslissing staat 13 december 2021 vermeld. Onder het kopje “reacties” is, voor zover van belang, op 13 december 2021 het volgende ingevoerd: “Onderzoek ID, voertuig komt bij de RDW vandaan en is daar onderzocht door [betrokkene 3] . Voertuig is opgebouwd met onderdelen van ten minste 3 scooters. Na etsen kwam juiste VIN erbij en deze stond gesignaleerd onder PL1500-2018192513 sinds 17-07-2018. Beslissing [betrokkene 2] , voertuig is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer met machtiging vernietigen, 10-12-2021 (5027).”
Verder houden de inlichtingen mailwisselingen in tussen de raadsman van de klaagster en de afdeling beslag van het Openbaar Ministerie over de status van het beslag en mailwisselingen tussen medewerkers van DRZ (Domein Roerende Zaken) en een medewerkster van het Beslagbureau van het Openbaar Ministerie over een door voornoemde [betrokkene 2] op 24 december 2021 in het beslagportaal gezette reactie om de beslissing tot vernietigen niet uit te voeren i.v.m. het ingediende klaagschrift. De inhoud van deze mailwisselingen komt er kort gezegd op neer dat er een e-mail/verzoek vanuit het Openbaar Ministerie moet komen om genoemde beheersbeslissing aan te passen c.q. te wijzigen naar deponeren, omdat het goed anders conform de bestaande beheersbeslissing zal worden vernietigd. Uit de inlichtingen blijkt verder dat een dergelijk verzoek eerst op 28 januari 2022 is gedaan door genoemde medewerkster van het Beslagbureau van het Openbaar Ministerie, terwijl in reactie op dat verzoek door een medewerkster van DRZ is medegedeeld dat het voertuig reeds op 25 januari 2022 conform de beheersbeslissing was vernietigd.
Art. 134 Sv geeft aan in welke gevallen de inbeslagneming van een voorwerp eindigt. Hoewel de onderhavige situatie geen schoonheidsprijs verdient, kan er mijns inziens in cassatie wel vanuit worden gegaan dat het beslag is beëindigd op een wijze die in art. 134, tweede lid onder b en c, Sv is voorzien. Uit de stukken blijkt immers dat de last als bedoeld in art. 116, tweede lid, onder c, Sv - welke last bij onttrekking aan het verkeer ingevolgde de slotzin van art. 117, tweede lid, Sv vernietiging impliceert - en de daaraan gekoppelde machtiging tot vernietiging an sich niet zijn ingetrokken, maar enkel dat (nog) niet tot tenuitvoerlegging daarvan moet worden overgegaan in verband met het ingediende klaagschrift.
Het voorgaande brengt mee dat de klaagster niet kan worden ontvangen in het cassatieberoep.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de klaagster in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden