Strafrecht overig
Conclusie AG. Kinderopvangtoeslagfraude. Meermalen (medeplegen/poging tot) oplichting (art. 326 Sr)…
ECLI:NL:PHR:2023:790 · Parket bij de Hoge Raad · 12 september 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2023-790
Zaakgegevens
Op 12 september 2023 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 september 2023
- Datum publicatie
- 11 september 2023
- Zaaknummer
- 21/03544
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2023:790
Samenvatting
Conclusie AG. Kinderopvangtoeslagfraude. Meermalen (medeplegen/poging tot) oplichting (art. 326 Sr), voorhanden hebben valse/vervalste documenten (art. 225 Sr). Falende klachten over: (M1) bewezenverklaring in licht uos, (M2) grondslagverlating van tll door zowel primaire als subsidiaire variant van feit 3 te bewijzen en (M4) strafmotivering. Slagende klacht over (M5) schending van de redelijke termijn. (M3 is ingetrokken). AG merkt ambtshalve op dat de HR uitspraak zal doen nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. De conclusie strekt ertoe dat de HR de duur van de opgelegde gevangenisstraf vermindert en het beroep voor het overige verwerpt.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 september 2023deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2023:790
Hoge Raad · 31 oktober 2023
ECLI:NL:HR:2023:1469
Conclusie
Inhoudsopgave
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 21/03544 P
Zitting 12 september 2023
CONCLUSIE
P.M. Frielink
In de zaak
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de betrokkene
1 Cassatieberoep
Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 10 augustus 2021 het wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op € 87.227,39 en aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling van dat bedrag aan de Staat.
Er bestaat samenhang met de zaak 21/03058. In die zaak concludeer ik vandaag ook.
Het cassatieberoep is op 18 augustus 2021 ingesteld namens de betrokkene. De aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv is op 6 november 2021 (in persoon) betekend. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
2 Beoordeling
Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437 lid 2 Sv niet in acht genomen, zodat de verdachte niet in het beroep kan worden ontvangen.