Strafrecht overig

Inbeslagneming geheimhoudersstukken advocaat (art. 94 en 218 Sv). Klager is niet ontvankelijk in zijn…

Zaakgegevens

Op 26 september 2023 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
26 september 2023
Datum publicatie
20 september 2023
Zaaknummer
23/00639
ECLI
ECLI:NL:PHR:2023:825
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Inbeslagneming geheimhoudersstukken advocaat (art. 94 en 218 Sv). Klager is niet ontvankelijk in zijn cassatieberoep omdat niet binnen de voorgeschreven termijn een schriftuur houdende cassatiemiddelen is ingediend.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 26 september 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2023:825

  2. Hoge Raad · 31 oktober 2023

    ECLI:NL:HR:2023:1496

Conclusie

Inhoudsopgave

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 23/00639 Bv

Zitting 26 september 2023

CONCLUSIE

T.N.B.M. Spronken

In de zaak

[klager] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,

hierna: de klager

  1. De rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle heeft bij beschikking van 3 februari 2023 het klaagschrift van de klager tegen een beschikking van de rechter-commissaris als bedoeld in art. 98 lid 4 Sv, strekkende tot opheffing van het beslag op en teruggave van het onder de klager inbeslaggenomen schrijfblok ongegrond verklaard.

  2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager en R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, heeft een middel van cassatie voorgesteld.

  3. Met betrekking tot de ontvankelijkheid van het onderhavige cassatieberoep merk ik het volgende op. De aanzegging ingevolge artikel 447 lid 3 Sv is op 26 mei 2023 aan de verdachte in persoon betekend. Artikel 552d lid 3 Sv in samenhang met artikel 447 lid 5 Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen veertien dagen na betekening van de aanzegging als bedoeld in artikel 447 lid 3 Sv, door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie wordt ingediend. De schriftuur is eerst binnengekomen op 24 augustus 2023.

  4. Nu de klager niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van artikel 552d lid 3 Sv in samenhang met artikel 447 lid 5 Sv niet in acht genomen, zodat de klager in het beroep niet kan worden ontvangen

  5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG