Strafrecht overig

Conclusie AG. Met 22/01788, 22/01882, 22/01779, 22/01896, 22/01755, 22/01849 en 22/01897 samenhangende peek…

Zaakgegevens

Op 25 juni 2024 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
25 juni 2024
Datum publicatie
4 oktober 2024
Zaaknummer
22/01883
ECLI
ECLI:NL:PHR:2024:1027
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Conclusie AG. Met 22/01788, 22/01882, 22/01779, 22/01896, 22/01755, 22/01849 en 22/01897 samenhangende peek. Cassatieberoep n-o.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 10 mei 2022

    ECLI:NL:GHARL:2022:3603
  2. Conclusie A-G · 25 juni 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2024:1027

  3. Hoge Raad · 8 oktober 2024

    ECLI:NL:HR:2024:1224

Conclusie

Inhoudsopgave

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 22/01883

Zitting 25 juni 2024

CONCLUSIE

B.F. Keulen

In de zaak

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,

hierna: de verdachte

  1. De verdachte is bij arrest van 10 mei 2022 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wegens 1. ‘medeplegen van bankbiljetten namaken, met het oogmerk om die bankbiljetten als echt en onvervalst te doen uitgeven, meermalen gepleegd’, 2. ‘medeplegen van bankbiljetten die hij zelf heeft nagemaakt, met het oogmerk om ze als echt en onvervalst te doen uitgeven, zich verschaffen, in voorraad hebben en vervoeren, meermalen gepleegd’, 3. ‘het voorhanden hebben van voorwerpen, wetende dat zij bestemd zijn tot het namaken van bankbiljetten’ en 4. ‘deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven’ veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, en met aftrek van voorarrest als bedoeld in art. 27, eerste lid, Sr.

  2. Er bestaat samenhang met de zaken 22/01788, 22/01882, 22/01779, 22/01896, 22/01755, 22/01849 en 22/01897. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.

  3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 20 september 2022 in persoon betekend. Namens de verdachte is niet binnen zestig dagen nadien een schriftuur, houdende middelen van cassatie ingediend.

  4. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.

  5. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het ingestelde beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG