Strafrecht overig

Conclusie AG. Aanhoudingsverzoek i.v.m. aanwezigheidsrecht, omdat verdachte wegens ziekte is verhinderd. AG…

Zaakgegevens

Op 25 juni 2024 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
25 juni 2024
Datum publicatie
14 juni 2024
Zaaknummer
22/04777
ECLI
ECLI:NL:PHR:2024:648
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Conclusie AG. Aanhoudingsverzoek i.v.m. aanwezigheidsrecht, omdat verdachte wegens ziekte is verhinderd. AG somt (niet uitputtend) op welke factoren een rol kunnen spelen bij in voorkomende gevallen te maken belangenafweging. Afwijzing door hof o.g.v. oordeel dat reden van verhindering niet aannemelijk is en o.g.v. belangenafweging ontoereikend gemotiveerd. Middel slaagt om redenen genoemd in de conclusie in samenhangende strafzaak. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing (samenhang met 22/04776).

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 15 december 2022

    ECLI:NL:GHSHE:2022:4623
  2. Conclusie A-G · 25 juni 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2024:648

  3. Hoge Raad · 8 oktober 2024

    ECLI:NL:HR:2024:1388

Conclusie

Inhoudsopgave

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer22/04777

Zitting 25 juni 2024

CONCLUSIE

D.J.M.W. Paridaens

In de zaak

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,

hierna: de verdachte.

Inleiding

  1. Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft de verdachte bij arrest van 15 december 2022 (bij verstek) met toepassing van art. 416 lid 2 Sv niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 11 maart 2021.

  2. Er bestaat samenhang met de zaak 22/04776. In die zaak zal ik vandaag ook concluderen.

  3. Namens de verdachte heeft E.E.W.J. Maessen, advocaat in Maastricht, één middel van cassatie voorgesteld.

Het middel

4. Het middel klaagt over de afwijzing door het hof van een verzoek tot aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep.

5. De strafzaak van de verdachte die in cassatie samenhangt met deze zaak, is ter terechtzitting in hoger beroep gelijktijdig (maar niet gevoegd) met de onderhavige zaak behandeld. Het middel dat in deze zaak is voorgesteld, is gelijkluidend aan het middel dat is voorgesteld in de samenhangende zaak. Het heeft bovendien betrekking op een identiek aanhoudingsverzoek en komt op tegen een gelijkluidende (motivering van de) afwijzende beslissing van het hof. In mijn conclusie in de samenhangende strafzaak heb ik uiteengezet waarom het in die zaak ingediende middel slaagt. Daar voeg ik in deze zaak voor de volledigheid nog aan toe dat het hof ten onrechte in de belangenafweging heeft meegewogen dat een benadeelde partij in de zaak is betrokken. Dit komt waarschijnlijk doordat in de voornoemde samenhangende zaak van de verdachte wel een benadeelde partij is betrokken. Voor de uitkomst van het cassatieberoep, dat reeds op de gronden genoemd in mijn conclusie in die samenhangde zaak slaagt, maakt dat echter geen verschil, zodat ik in deze zaak volsta met een verwijzing naar de inhoud van die conclusie.

Slotsom

6. Het middel slaagt.

7. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven.

8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat deze opnieuw wordt berecht en afgedaan.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Zie het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 1 december 2022.