Strafrecht overig

Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep.

Zaakgegevens

Op 15 december 2022 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15 december 2022
Datum publicatie
22 december 2022
Zaaknummer
20-000785-21
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2022:4623
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 15 december 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:GHSHE:2022:4623

  2. Conclusie A-G · 25 juni 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:648
  3. Hoge Raad · 8 oktober 2024

    ECLI:NL:HR:2024:1388

Uitspraak

Inhoudsopgave

Parketnummer : 20-000785-21

Uitspraak : 15 december 2022

VERSTEK (dip)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 11 maart 2021, in de strafzaak met parketnummer 03-037314-20 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van:

1. opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

2. opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod,

veroordeeld tot een taakstraf van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis.

Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het hoger beroep, omdat door of namens de verdachte geen grieven zijn ingediend.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Het hof is van oordeel dat, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat de verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend noch mondeling bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven of een raadsman of raadsvrouw heeft gemachtigd dit namens hem te doen en het hof niet van oordeel is dat de strafzaak desalniettemin onderzocht dient te worden.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus gewezen door:

mr. M.L.P. van Cruchten, voorzitter,

mr. A.J.M. van Gink en mr. C.A. van Roosmalen, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. H.M. Vos, griffier,

en op 15 december 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.