Strafrecht overig
Conclusie plv. AG. Conclusie strekt tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep omdat geen middel is…
ECLI:NL:PHR:2024:653 · Parket bij de Hoge Raad · 2 juli 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2024-653
Zaakgegevens
Op 2 juli 2024 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 juli 2024
- Datum publicatie
- 17 juni 2024
- Zaaknummer
- 22/02271
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2024:653
Samenvatting
Conclusie plv. AG. Conclusie strekt tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep omdat geen middel is ingediend dat voldoet aan de wettelijke vereisten.
Procesgang
Rechtbank Oost-Brabant · 20 december 2018
ECLI:NL:RBOBR:2018:6346Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 21 juni 2022
ECLI:NL:GHSHE:2022:1940(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 2 juli 2024deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2024:653
Hoge Raad · 15 oktober 2024
ECLI:NL:HR:2024:1451
Conclusie
Inhoudsopgave
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer22/02271
Zitting 2 juli 2024
CONCLUSIE
M.E. van Wees
In de zaak
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de verdachte.
Inleiding
De verdachte is bij arrest van 21 juni 2022 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch (ECLI:NL:GHSHE:2022:1940) wegens - kort gezegd - gekwalificeerde diefstal, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van elf jaren en zes maanden, met aftrek van voorarrest. Het arrest bevat voorts beslissingen over de vorderingen van benadeelde partijen en de oplegging van schadevergoedingsmaatregelen. Een en ander als nader in het arrest bepaald.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. B.Th. Nooitgedagt, advocaat in Amsterdam, heeft op 22 mei 2023 een schriftuur houdende één middel van cassatie voorgesteld.
In deze schriftuur staat onder het kopje “Toelichting” de zin: “Een nadere toelichting op dit middel zal tijdig worden ingediend”. Nadere toelichtingen kunnen ter rolzitting worden overgelegd dan wel tot aan de dag voor de rolzitting worden ingediend (art. 4.3.9.2 Procesreglement). Op 15 maart 2024 heeft de Hoge Raad de steller van het middel bericht dat de eerste zitting (de rechtsdag) in de onderhavige zaak zou plaatsvinden op 9 april van dit jaar. Tot op heden is geen toelichting op het cassatiemiddel bij de Hoge Raad binnengekomen.
Het middel
Het middel formuleert als klacht dat het bewezenverklaarde “niet (in voldoende mate) uit de bewijsmiddelen kan volgen en/of het Gerechtshof (anders dan het had behoren te doen) niet in voldoende mate heeft gerespondeerd op zijdens de verdediging aangevoerde uitdrukkelijk onderbouwde standpunten.”
Vervolgens worden onder a tot en met d vier oordelen opgesomd waartegen het middel zich “in het bijzonder” zou richten, te weten oordelen over (a) het “gebezigde DNA-bewijs”, (b) het als steunbewijs gebruiken van de “unieke modus operandi”, (c) het medeplegen en (d) de verwerping van “[a]lternatieve scenario’s”.
Als een cassatiemiddel als in de wet bedoeld (art. 437 lid 2 Sv), kan alleen gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen.
De “klachten” die in het cassatiemiddel naar voren worden gebracht, worden in het geheel niet gespecificeerd. Gelet hierop meen ik dat geen sprake is van een cassatiemiddel dat aan de vorenbedoelde eis van duidelijkheid voldoet.
Afronding
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
plv. AG