Strafrecht overig
Voorhanden hebben van 3 vuurwapens (art. 26.1 WWM) en geluiddemper (art. 13.1 WWM) in zijn woning. Vrijspraak…
ECLI:NL:HR:2023:1726 · Hoge Raad · 12 december 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2023-1726
Zaakgegevens
Op 12 december 2023 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 december 2023
- Datum publicatie
- 7 december 2023
- Zaaknummer
- 21/02584
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:1726
Samenvatting
Voorhanden hebben van 3 vuurwapens (art. 26.1 WWM) en geluiddemper (art. 13.1 WWM) in zijn woning. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht. Was verdachte op de hoogte van aanwezigheid van vuurwapens en munitie in zijn woning? 2. Kunnen klacht dat hof het OM ten onrechte ontvankelijk heeft verklaard in hoger beroep “om redenen als zijdens verdediging aangevoerd blijkens p-v ttz. in h.b.” en klacht dat de redelijke termijn is geschonden, worden aangemerkt als cassatiemiddelen?
Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft omstandigheid dat verdachte onherroepelijk is veroordeeld voor inbraak (in winkel) redengevend kunnen achten voor bewijs, in aanmerking genomen dat in tv-meubel waarin wapens en munitie zijn aangetroffen ook spullen zijn gevonden die hof heeft gerelateerd aan inbraak, zoals inbraakspullen en “membershipcard” van die winkel. In ’s hofs oordeel besloten liggende overweging dat hieruit kan worden opgemaakt dat verdachte wetenschap had van inhoud van tv-meubel is, mede gelet op overige bewijsmiddelen (waaruit volgt dat verdachte is veroordeeld voor inbraak, in tv-meubel ook ov-chipkaart op zijn naam is aangetroffen en tv-meubel in zijn woning stond), dan ook niet onbegrijpelijk. Bewezenverklaarde volgt daarmee voldoende uit gebezigde b.m. en is (ook in het licht van het door verdediging gevoerde verweer) toereikend gemotiveerd.
Ad 2. Als cassatierechter onderzoekt HR alleen cassatiemiddelen a.b.i. wet. Als zodanig cassatiemiddel kan alleen gelden stellige en duidelijke klacht over schending van bepaalde rechtsregel en/of verzuim van toepasselijk vormvoorschrift door rechter die bestreden uitspraak heeft gewezen. Als cassatiemiddelen aangeduide klachten voldoen niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moeten blijven.
Volgt verwerping.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 november 2023
ECLI:NL:PHR:2023:1018Hoge Raad · 12 december 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:1726
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/02584
Datum 12 december 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 8 juni 2021, nummer 22-003100-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.Th. Nooitgedagt, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde taakstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat de bewezenverklaring van het onder 2, 3 en 4 tenlastegelegde niet uit de bewijsvoering kan worden afgeleid.
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 8 tot en met 14.
3 Beoordeling van het tweede en het derde cassatiemiddel
Als cassatierechter onderzoekt de Hoge Raad alleen cassatiemiddelen (klachten) als in de wet bedoeld. Als een zodanig cassatiemiddel kan alleen gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De als cassatiemiddel 2 en cassatiemiddel 3 aangeduide klachten voldoen niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moeten blijven.
4 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis.
5 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;
- vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat de taakstraf 114 uren beloopt, subsidiair 57 dagen hechtenis;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 december 2023.