Strafrecht overig

Conclusie AG. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Tardief ingesteld beroep; niet-naleving art. 432.1 aanhef en…

Zaakgegevens

Op 8 juli 2025 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
8 juli 2025
Datum publicatie
13 oktober 2025
Zaaknummer
24/00853
ECLI
ECLI:NL:PHR:2025:1105
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Conclusie AG. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Tardief ingesteld beroep; niet-naleving art. 432.1 aanhef en onder a Sv. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 8 juli 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2025:1105

  2. Hoge Raad · 14 oktober 2025

    ECLI:NL:HR:2025:1512

Conclusie

Inhoudsopgave

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 24/00853

Zitting 8 juli 2025

CONCLUSIE

V.M.A. Sinnige

In de zaak

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,

hierna: de verdachte

  1. De verdachte is bij arrest van 9 februari 2024 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, wegens "belaging", veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van een maand, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast heeft het hof een taakstraf voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis, opgelegd. Ook heeft het hof een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd, inhoudende (kort gezegd) een gebiedsverbod en een contactverbod, een en ander zoals in het arrest vermeld. Tot slot heeft het hof een beslissing genomen ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij, een en ander als in het arrest opgenomen.

  2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, hebben een middel van cassatie voorgesteld.

  3. Met betrekking tot de ontvankelijkheid van het onderhavige cassatieberoep merk ik het volgende op. Blijkens de stukken is het beroep in cassatie ingesteld op 11 maart 2024. Nu de dagvaarding om op de terechtzitting van het hof van 26 januari 2024 te verschijnen aan de verdachte in persoon is betekend, kan hij ingevolge art. 432 lid 1 aanhef en onder a, Sv niet in het beroep worden ontvangen.

4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

plv. AG

Bovendien blijkt uit het arrest dat de verdachte aanwezig was op de terechtzitting in hoger beroep van 26 januari 2024, zodat hij ook ingevolge art. 432 lid 1, aanhef en onder b, Sv niet in het cassatieberoep kan worden ontvangen.