Strafrecht overig
Verdachte overleden. Niet-ontvankelijkheid officier van justitie. Benadeelde partijen niet-ontvankelijk in de…
Rechtbank Noord-Holland, 2 februari 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:849 · Rechtbank Noord-Holland · 2 februari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbnho-2026-849
Zaakgegevens
Op 2 februari 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Alkmaar
- Datum uitspraak
- 2 februari 2026
- Datum publicatie
- 2 februari 2026
- Zaaknummer
- 15/059943-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2026:849
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verdachte overleden. Niet-ontvankelijkheid officier van justitie. Benadeelde partijen niet-ontvankelijk in de vorderingen.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Team Straf, zittingsplaats Alkmaar
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15/059943-25, 15/174914-25 en 15/254571-25 (gev. ttz.) (P)
Uitspraakdatum: 2 februari 2026
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 10 november 2025 en 2 februari 2026 in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats],
overleden op [overlijdensdatum] 2025 te [overlijdensplaats].
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,
mr. A.M.H.G. Peters en van het standpunt van de raadslieden van de verdachte,
mr. M.D. Balesar en mr. D.E. de Boer, beiden advocaat te [geboorteplaats].
1 Tenlastelegging
Aan de verdachte is - kort gezegd - ten laste gelegd dat hij zich in de zaken met de parketnummers 15/059943-25 en 15/254571-25 heeft schuldig gemaakt aan ontucht met minderjarige jongens. In de zaak met parketnummer15/174914-25 wordt de verdachte verweten zich schuldig te hebben gemaakt aan het bezit van kinderpornografisch materiaal.
De volledige tekst van de tenlasteleggingen is als bijlage 1 aan dit vonnis gehecht en maakt daarvan deel uit.
2 Ontvankelijkheid van de officier van justitie
De rechtbank heeft vastgesteld dat in het dossier een informatiestaat SKDB-persoon van de Justitiële Informatiedienst van 14 november 2025 is opgenomen, waaruit blijkt dat de verdachte op [overlijdensdatum] 2025 te [overlijdensplaats] is overleden.
Volgens artikel 69 van het Wetboek van Strafrecht is het recht tot strafvordering door de dood van verdachte vervallen. De officier van justitie zal daarom - overeenkomstig haar vordering - niet-ontvankelijk worden verklaard in de vervolging.
3 Vorderingen benadeelde partij
Aangezien de officier van justitie niet-ontvankelijk is in de vervolging, kan de rechtbank de benadeelde partijen, bekend bij alle procesdeelnemers onder de nummers 1 tot en met 9, evenmin ontvangen in de vorderingen.
4 Beslissing
De rechtbank:
verklaart de officier van justitie ter zake van het ten laste gelegde niet-ontvankelijk in de vervolging;
verklaart de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. M. Hoendervoogt, voorzitter,
mr. C.H. de Jonge van Ellemeet en mr. H. Bakker, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier, mr. M.N. de Bruijn,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 2 februari 2026.