Strafrecht overig
Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad, 8 september 2026
ECLI:NL:PHR:2026:1065 · Parket bij de Hoge Raad · 8 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2026-1065
Zaakgegevens
Op 8 september 2026 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 september 2026
- Datum publicatie
- 2 november 2026
- Zaaknummer
- 25/03400
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2026:1065
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 5 september 2025
ECLI:NL:GHSHE:2025:3027Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 september 2026deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2026:1065
Hoge Raad · 3 november 2026
ECLI:NL:HR:2026:1803
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 25/03400
Zitting 8 september 2026
CONCLUSIE
P.T.C. van Kampen
In de zaak
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte
1 Inleiding
De verdachte is bij arrest van 5 september 2025 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch (parketnummer 20-000445-24) wegens “poging tot doodslag” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. R.R.J.W. Delsing, advocaat, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
2 De ontvankelijkheid van het cassatieberoep
Met betrekking tot de ontvankelijkheid van het onderhavige cassatieberoep merk ik het volgende op.
Namens de verdachte is op 18 september 2025 door mr. Delsing beroep in cassatie ingesteld. De aan de “akte instellen rechtsmiddel” gehechte volmacht bevat geen verklaring dat mr. Delsing door de verdachte is gemachtigd tot het instellen van cassatieberoep.
Mr. Delsing heeft zich op 28 januari 2026 via het webportaal van de Hoge Raad gesteld als advocaat van de verdachte.
Nadat tevergeefs diverse pogingen werden gedaan om de aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv aan de verdachte te betekenen op het adres waarop de verdachte volgens de Basisregistratie Persoonsgegevens op dat moment woonachtig was, is de aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv op 15 april 2026 aan het parket van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad uitgereikt.
Via het webportaal is aan mr. Delsing op dezelfde dag (15 april 2026) bericht dat de aanzegging die dag was betekend, met daarbij de mededeling dat een op straffe van niet-ontvankelijkheid vereiste schriftuur houdende middelen van cassatie binnen zestig dagen bij de Hoge Raad kan worden ingediend.
Door de raadsman is op 14 juni 2026 via het webportaal een cassatieschriftuur ingediend, bestaande uit een geheel blanco document. Op 19 juni 2026 is aan de raadsman via het webportaal een bericht toegezonden, inhoudende dat het op 14 juni 2026 toegezonden document geheel blanco is en is de raadsman op de voet van het bepaalde in art. 4.2.6 Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden de gelegenheid geboden om dit verzuim te herstellen en het bedoelde processtuk alsnog in het webportaal te plaatsen binnen de door de rolraadsheer gestelde termijn.
Daarop is door de raadsman op 19 juni 2026 via het webportaal opnieuw een schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend, die evenwel (ook) niet voldoet aan de eisen van art. 452 lid 2 Sv, nu de raadsman niet heeft verklaard door de verdachte bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd om namens deze een schriftuur in te dienen.
Aan de raadsman is daarop – conform het bepaalde in art. 4.3.3.4 van het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden – bij portaalbericht van 23 juni 2026 de gelegenheid geboden binnen veertien dagen na dagtekening van het portaalbericht ook dat verzuim te herstellen. Van deze gelegenheid heeft de raadsman echter geen gebruik gemaakt.
Dat brengt mee dat de verdachte niet kan worden ontvangen in het cassatieberoep.